Sectie 1 Algemene informatie en materiële grondslagen voor financiële verslaggeving
Algemene informatie
NV Nederlandse Spoorwegen is gevestigd aan Laan van Puntenburg 100 te Utrecht in Nederland (KvK nummer 30012558) en is een 'Naamloze vennootschap'. De geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap over het boekjaar 2025 (periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025) omvat de vennootschap en haar dochterondernemingen (hierna te noemen Groep) en het belang van de Groep in deelnemingen en vennootschappen waarover gezamenlijk met derden zeggenschap wordt uitgeoefend. NV Nederlandse Spoorwegen is de houdstermaatschappij van NS Groep NV die op haar beurt de houdstermaatschappij is van de werkmaatschappijen die de verschillende bedrijfsactiviteiten van het concern uitvoeren. De cijfers van de geconsolideerde jaarrekening van NS Groep NV zijn in materiële zin gelijk aan de geconsolideerde cijfers van NV Nederlandse Spoorwegen. De werkmaatschappijen van NS Groep NV zijn opgenomen in noot 33. De activiteiten van de Groep betreffen voornamelijk vervoer van reizigers, beheer en ontwikkeling van vastgoed en exploitatie van stationslocaties in Nederland.
De raad van bestuur heeft op 2 maart 2026 de jaarrekening opgemaakt. De raad van commissarissen heeft in het preadvies aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders geadviseerd de jaarrekening ongewijzigd vast te stellen. Raad van bestuur en raad van commissarissen hebben op 2 maart 2026 toestemming gegeven voor publicatie van de jaarrekening. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders besluit over de vaststelling op 13 maart 2026.
Onder toepassing van artikel 2:402 lid 1 BW is in de enkelvoudige jaarrekening van NV Nederlandse Spoorwegen volstaan met een beknopte winst- en verliesrekening.
Acquisitie en verkopen van bedrijven
In 2025 zijn geen bedrijven aangekocht of verkocht.
Belangrijke (resultaat) ontwikkelingen
Het resultaat uit bedrijfsactiviteiten van de Groep is € 460 miljoen positief. De belangrijkste ontwikkelingen zijn:
Stijging van de opbrengsten over 2025 ten opzichte van 2024 is het gevolg van licht gestegen reizigerskilometers en de doorgevoerde prijsstijgingen.
De gestegen lasten 2025 ten opzichte van 2024 worden hoofdzakelijk veroorzaakt door gestegen loonkosten als gevolg van cao-verhoging en gestegen energiekosten. Een deel van de stijging wordt gemitigeerd doordat over 2025 geen concessievergoeding is verschuldigd, maar een concessiesubsidie is ontvangen.
Als gevolg van de zwaar werkregeling zoals deze in de cao is afgesproken is een voorziening zwaar werkregeling ten laste van het resultaat getroffen voor een bedrag van €188 miljoen.
Het netto effect van de toets op bijzondere waardeverminderingen in Nederland van € 582 miljoen (bestaande uit een terugneming van de bijzondere waardevermindering ultimo 2025 van € 468 miljoen en een lagere afschrijvingslast over 2025 van € 114 miljoen, zie noot 15).
Het netto financieringsresultaat bedraagt € 28 miljoen negatief (2024: € 30 miljoen positief). De ontwikkeling van het financieringsresultaat in 2025 ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door hogere rentelasten van € 12 miljoen, lagere toerekening van bouwrente aan werken en materieel in constructie voor een bedrag van € 21 miljoen in 2025 (2024: € 47 miljoen) en een vrijval van voorziene verplichtingen en garanties in relatie tot de insolventieprocedure in Duitsland van € 14 miljoen in 2024, zie noot 30.
Er is een belastinglast geboekt van € 54 miljoen (2024: € 6 miljoen belastinglast). De effectieve belastingdruk wijkt af van de reguliere belastingdruk. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door opwaardering van belastinglatenties voor een bedrag van € 58 miljoen (zie noot 10).
Een nadere analyse van het resultaat is opgenomen in het hoofdstuk 'Financiële prestaties' van het NS Jaarverslag.
Materiële grondslagen voor financiële verslaggeving
Hierna volgt een uiteenzetting van de materiële grondslagen voor consolidatie, de waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat van de Groep. Deze grondslagen zijn in overeenstemming met IFRS, voor zover aanvaard door de EU, en worden consistent toegepast op alle informatie die wordt gepresenteerd. Voorts wordt, voor zover van toepassing, voldaan aan de wettelijke bepalingen betreffende de jaarrekening zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW. Als waarderingsgrondslag hanteert de Groep het historische kostprijsstelsel, tenzij anders is vermeld. De jaarrekening is weergegeven in euro's en alle waarden zijn afgerond naar het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders is aangegeven.
Nieuwe standaarden en wijzigingen in standaarden die verplicht zijn met ingang van 2025
De Groep heeft met ingang van 1 januari 2025 de volgende nieuwe standaarden en wijzigingen op standaarden aangehouden, met inbegrip van alle daaruit voortvloeiende wijzigingen in overige standaarden. Deze nieuwe of aangepaste standaarden hebben geen significante impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep gehad:
wijzigingen in IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen: Gebrek aan inwisselbaarheid;
Nieuwe standaarden en wijzigingen in standaarden die verplicht zijn met ingang van 2026 of later
De Groep heeft geen nieuwe standaarden, wijzigingen van bestaande standaarden of interpretaties vervroegd vrijwillig toegepast die pas met ingang van de jaarrekening over 2026 of later verplicht zijn.
De volgende standaarden zijn van toepassing vanaf 1 januari 2027:
IFRS 18 Presentatie en informatieverschaffing in de jaarrekening. De Groep onderzoekt de komende tijd de impact van deze richtlijn voor de presentatie van de winst-en-verliesrekening en opname van zogenaamde 'non-gaap measures' in de jaarrekening.
IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoording: Informatieverschaffing.
Schattingswijziging afschrijvingen materieel
In de eerste helft van 2025 is door NS een onderzoek gestart naar de vraag of het huidige afschrijvingsbeleid van materieel nog in overeenstemming is met de actuele inzichten rondom de instandhouding van het materieel. Voorheen werd materieel initieel lineair afgeschreven over een periode van 20 jaar, waarna eventuele moderniseringen vervolgens over 18 jaar werden afgeschreven. Uit dit onderzoek is geconcludeerd dat dit afschrijvingsconcept voor een deel van het materieelpark niet langer passend is.
NS hanteerde voor al het materieel een technische levensduur van 20 jaar, gevolgd door een modernisering waarvan deze investeringen over een periode van 18 jaar worden afgeschreven. In de eerste helft van 2025 is echter vastgesteld dat voor een deel van het materieel een langere inzetduur mogelijk is, wanneer wordt gewerkt met een passend periodiek onderhoudsregime en modernisering geen automatisme is. Voor deze materieeltypen is modernisering na 20 jaar daarom niet langer het automatische uitgangspunt en is de verwachting dat de levensduur 30 jaar zal bedragen. Per 1 juli 2025 wordt dit deel van het materieel voortaan lineair afgeschreven over 30 jaar, waarbij verdere instandhoudings- en onderhoudsuitgaven gedurende de gehele gebruiksperiode direct als kosten in de winst-en-verliesrekening worden opgenomen.
Deze wijziging in de schatting heeft geleid tot een vermindering van de afschrijvingslasten in 2025 met € 38 miljoen en een toename van de onderhoudskosten van € 1 miljoen. Voor de komende 2 jaar zullen naar verwachting de afschrijvingslasten per jaar € 76 miljoen lager zijn en de onderhoudskosten voor 2026 € 8 miljoen en voor 2027 € 35 miljoen hoger.
De schattingswijziging is in overeenstemming met IAS 8, prospectief verwerkt.
Schattingen en beoordelingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat de raad van bestuur oordelen vormt en schattingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De schattingen en hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en verschillende andere factoren die, gegeven de omstandigheden, als redelijk worden beschouwd. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden periodiek beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden verwerkt in de periode waarin de schatting wordt herzien, of in toekomstige perioden als de herziening daar betrekking op heeft.
De belangrijkste schattingen en beoordelingen betreffen:
continuïteitsveronderstelling (zoals is opgenomen in de paragraaf 'Continuïteitsveronderstelling');
bijzondere waardeverminderingen (noot 15);
latente belastingvorderingen (noot 11);
economische gebruiksduur rollend materieel (noot 12);
voorraden (noot 17);
verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen (waaronder zwaar werkregeling) (noot 29)
overige voorzieningen en niet in de balans opgenomen regelingen (noot 30 en noot 32).
De hierna uiteengezette grondslagen voor financiële verslaggeving zijn consistent toegepast voor de gepresenteerde perioden in deze geconsolideerde jaarrekening.
Grondslagen voor consolidatie
Dochterondernemingen
De Groep heeft zeggenschap over een entiteit als zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en het vermogen heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit. De jaarrekeningen van dochterondernemingen zijn in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum waarop voor het eerst sprake is van zeggenschap tot aan het moment waarop deze eindigt.
Bij verlies van zeggenschap over de dochteronderneming worden de activa en verplichtingen van die dochteronderneming, eventuele minderheidsbelangen en overige met de dochteronderneming samenhangende vermogenscomponenten niet langer in de balans verantwoord. Het eventuele overschot of tekort wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Als de Groep een belang behoudt in de voormalige dochteronderneming, dan wordt dat belang tegen de reële waarde verantwoord per de datum waarop niet langer sprake is van zeggenschap.
Verwerving van dochterondernemingen
Bedrijfscombinaties worden verwerkt op basis van de overnamemethode per de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep. De voor de overname overgedragen vergoeding wordt gewaardeerd tegen reële waarde, evenals de netto identificeerbare verworven activa. Eventuele goodwill die hieruit voortvloeit wordt jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Eventuele boekwinst uit een voordelige koop wordt direct in de winst- en verliesrekening opgenomen. Transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt.
Eliminatie van transacties bij consolidatie
Intragroepssaldi en -transacties, evenals eventuele niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties binnen de Groep of baten en lasten uit dergelijke transacties, worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten uit hoofde van transacties met investeringen verwerkt volgens de equity-methode worden geëlimineerd naar rato van het belang dat de Groep in de investering heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde wijze geëlimineerd als niet-gerealiseerde winsten, maar alleen voor zover er geen aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering.
Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten
De Groep classificeert vaste activa en groepen activa die worden afgestoten als aangehouden voor verkoop als hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd door een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Vaste activa die worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen de laagste van de boekwaarde en de reële waarde verminderd met verkoopkosten. Aan de criteria voor classificatie als aangehouden voor verkoop wordt alleen geacht te zijn voldaan wanneer de verkoop zeer waarschijnlijk is, en het actief dat of de groep activa die wordt afgestoten in zijn huidige staat onmiddellijk beschikbaar is voor verkoop. Acties die nodig zijn om de verkoop te voltooien moeten aangeven dat het onwaarschijnlijk is dat belangrijke wijzigingen in de verkoop zullen worden aangebracht of dat de beslissing tot verkoop zal worden ingetrokken. Het management moet zich verbinden tot het plan om het actief te verkopen en de verkoop zal naar verwachting binnen één jaar na de datum van de classificatie worden afgerond.
Een activiteit wordt toegelicht als een beëindigde bedrijfsactiviteit als het een onderdeel is van de Groep dat ofwel is afgestoten, ofwel is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt en deel uitmaakt van één gecoördineerd plan om een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied af te stoten.
Materiële, immateriële en gebruiksrecht vaste activa worden niet afgeschreven zodra zij zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. Activa en verplichtingen geclassificeerd als aangehouden voor verkoop worden afzonderlijk gepresenteerd als vlottende activa of kortlopende verplichtingen.
Beëindigde bedrijfsactiviteiten worden uitgesloten van de resultaten van voortgezette bedrijfsactiviteiten en worden als één bedrag gepresenteerd als winst of verlies na belasting uit beëindigde bedrijfsactiviteiten in de winst- en verliesrekening.
Aanvullende informatie wordt verstrekt in noot 1. Alle andere toelichtingen bij de jaarrekening bevatten bedragen voor voortgezette activiteiten, tenzij anders aangegeven.
Vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta
Transacties luidend in vreemde valuta worden in de betreffende functionele valuta van de groepsentiteiten omgerekend tegen de geldende wisselkoers per transactiedatum. In vreemde valuta luidende monetaire activa en verplichtingen worden per balansdatum in de functionele valuta omgerekend tegen de op die datum geldende wisselkoers. In vreemde valuta luidende niet-monetaire activa en verplichtingen die tegen reële waarde worden gewaardeerd worden naar de functionele valuta omgerekend tegen de wisselkoersen die golden op de data waarop de reële waarden werden bepaald. In vreemde valuta luidende niet-monetaire activa en verplichtingen die op basis van historische kosten worden gewaardeerd worden niet opnieuw omgerekend.
De bij omrekening optredende valutakoersverschillen van de volgende posten worden verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten:
financiële verplichtingen die worden aangemerkt als afdekking van de netto-investering in een buitenlandse activiteit;
in aanmerking komende kasstroomafdekkingen voor zover de afdekking effectief is.
Buitenlandse activiteiten
De activa en verplichtingen van buitenlandse activiteiten, met inbegrip van goodwill en bij consolidatie ontstane reële-waarde correcties, worden in euro’s omgerekend tegen de geldende koers per verslagdatum. De opbrengsten en kosten van buitenlandse activiteiten worden in euro’s omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers, die de wisselkoers op transactiedatum benadert.
Valuta-omrekeningsverschillen worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en verwerkt in de reserve omrekeningsverschillen. Als de Groep bij de verkoop van een buitenlandse activiteit de zeggenschap, de invloed van betekenis of een gezamenlijke zeggenschap verliest, dan wordt het cumulatieve bedrag in de reserve omrekeningsverschillen overgeboekt naar de winst of het verlies wanneer de winst of het verlies op de verkoop wordt verantwoord. Als de Groep slechts een deel van haar belang in een dochter verkoopt, terwijl de Groep wel de zeggenschap houdt, dan wordt het desbetreffende evenredige deel van het cumulatieve bedrag opnieuw toegerekend aan het minderheidsbelang. Als de Groep slechts een deel van haar belang in een geassocieerde deelneming of joint venture verkoopt, terwijl de Groep wel invloed van betekenis of gezamenlijke zeggenschap houdt, dan wordt het desbetreffende evenredige deel van het cumulatieve bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Bepaling reële waarde
Een aantal grondslagen en de informatieverschaffing van de Groep vereisen de bepaling van de reële waarde van zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen. Voor waarderings- en informatieverschaffingsdoeleinden is de reële waarde op basis van de volgende methoden bepaald:
Vastgoedobjecten
Gezien de aard, diversiteit en locaties (stationsomgevingen) wordt de reële waarde van de vastgoedportefeuille niet periodiek bepaald, tenzij sprake is van indicaties op een bijzondere waardevermindering. Naar verwachting ligt de reële waarde hoger dan de boekwaarde van de vastgoedobjecten. Vastgoedobjecten worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Beleggingen in financiële vaste activa
De reële waarde van schuldinvesteringen wordt bepaald op basis van de prijs per verslagdatum. De reële waarde aandeleninvestering (Eurofima) wordt bepaald op basis van de laatst beschikbare jaarrekening.
Derivaten
De reële waarde van derivaten wordt gevormd op basis van afgeleide marktnoteringen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en de ingeschatte kredietwaardigheid van de wederpartijen van het contract.
Activa aangehouden voor verkoop
De activa aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de reële waarde is gebaseerd op de directe opbrengst waarde onder aftrek van verwachte verkoopkosten.
Niet-afgeleide financiële verplichtingen
De reële waarde van niet-afgeleide financiële verplichtingen wordt bepaald ten behoeve van de informatieverschaffing en berekend op basis van de contante waarde van toekomstige aflossingen en rentebetalingen, gedisconteerd tegen de marktrente per verslagdatum.
Verplichting energiemechanisme
De verplichting energiemechanisme is gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij gedeeltelijk gebruik is gemaakt van niet-waarneembare marktbronnen (level 3). Zie voor verdere toelichting noot 25.
Gesegmenteerde informatie
De Groep is niet verplicht te voldoen aan de vereisten van IFRS 8, omdat geen sprake is van een beursnotering. Om te voldoen aan de eisen van de Nederlandse wet- en regelgeving is segmentinformatie naar geografisch gebied opgenomen ten aanzien van omzet en fte’s.
Grondslagen geconsolideerd kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld via de indirecte methode en is opgesteld aan de hand van de vergelijking tussen begin- en eindbalans van het betreffende boekjaar. Hierbij wordt het resultaat aangepast voor mutaties die niet hebben geleid tot ontvangsten of uitgaven gedurende het boekjaar. De kasstromen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten zijn afzonderlijk in het kasstroomoverzicht opgenomen om aansluiting te houden met de diverse posten in de jaarrekening.
Continuïteitsveronderstelling
De Groep heeft de jaarrekening voor het boekjaar 2025 opgesteld op basis van het continuïteitsbeginsel, dat uitgaat van de continuïteit van de lopende bedrijfsactiviteiten en de realisatie van activa en de afwikkeling van de verplichtingen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening.
De Groep heeft financiële prognoses opgesteld, onder andere voor de twaalf maanden vanaf de datum van goedkeuring van deze jaarrekening, waarbij ook een schatting van de aanhoudende bedrijfsimpact van veranderd reizigersgedrag is opgenomen. De Groep heeft geconcludeerd dat het gepast is om de jaarrekening op te stellen op basis van het continuïteitsbeginsel en dat er geen sprake is van een materiële onzekerheid. Om tot deze conclusie te komen heeft de Groep verschillende scenario’s doorgerekend en is er in elk van de scenario’s ruimte voor eventuele tegenvallende opbrengsten en/of uitgaven.
De belangrijkste uitgangspunten en onzekerheden in de liquiditeitsprognose met betrekking tot de Groep hebben betrekking op:
OV-studentenkaart contract, uitgangspunt is dat deze in zijn reguliere vorm wordt voortgezet en deze opbrengsten voor 2026 volledig worden vooruitontvangen in de periode van de financiële prognose;
onzekerheden over het niveau van reizigersopbrengsten als gevolg van een veranderde reizigersvraag;
onzekerheden over kostenniveaus als gevolg van tekorten op de arbeidsmarkt, grondstofprijzen en inflatie;
onzekerheden over timing van investeringen in nieuw materieel en daarmee onzekerheden over instroom van nieuw materieel en uitstroom van bestaand materieel.
De voor de Groep beschikbare liquiditeiten bedragen per 31 december 2025 € 1.298 miljoen. Dit bedrag is inclusief beleggingen in twee geldmarktfondsen van in totaal € 861 miljoen. De Groep heeft een bestaande leningsfaciliteit, waarvan € 25 miljoen resterend, verkregen van een bank waarbij de trekkingen dienen te geschieden voor 23 april 2027 en waarvan de trekkingen gekoppeld zijn aan betalingen aan de leverancier uit hoofde van een investeringsproject.
Tevens kan de Groep gebruik maken van een zogenaamde 'revolving credit' faciliteit (beschikbaar tot 20 december 2029) van in totaal € 325 miljoen.
De Groep verwacht gebruik te kunnen maken van alternatieve financieringsmogelijkheden als de situatie dat vereist.
Op basis van voorgenoemde komt de Groep tot de conclusie dat het gepast is om de jaarrekening op te stellen op basis van het continuïteitsbeginsel en er geen sprake is van een materiële onzekerheid.