Circulariteit en materiaalgebruik
Als aanbieder van deelvervoer met een omvangrijke inkoopportefeuille heeft NS een rol in het bevorderen van de transitie naar een circulaire economie in Nederland. Lineair gebruik van materialen en grondstoffen leidt tot gebruik van eindige hulpbronnen, uitstoot van broeikasgassen en afvalproductie. Schaarste aan kritieke grondstoffen en stijgende prijzen benadrukken de noodzaak om efficiënter om te gaan met materialen en grondstoffen. Circulair materiaalgebruik, gericht op het maximaliseren van de levensduur en het stimuleren van hergebruik, is daarom essentieel.
Het materiële thema ‘Circulariteit en materiaalgebruik’ heeft als sub-thema’s ‘Materiaalinstromen en materiaalgebruik’ en ‘Materiaaluitstromen en afval’:
|
Materiële impacts, risico's en kansen |
Waardeketen |
Beleid |
Actieplan |
|
|
Sub-thema: Materiaalinstromen en materiaalgebruik |
||||
|
De impact van het gebruik van materialen en grondstoffen in de bedrijfsvoering van NS op de beschikbaarheid van materialen en (kritieke) grondstoffen |
Positieve en negatieve impact |
Upstream en eigen operatie |
|
|
|
Het risico op schaarste en stijgende prijzen van kritieke grondstoffen die essentieel zijn voor de productie, werking en het onderhoud van treinen |
Risico |
Upstream |
|
|
|
Sub-thema: Materiaaluitstromen en afval |
||||
|
De negatieve impact van de hoeveelheid lineair afval die vrijkomt in onze bedrijfsvoering op emissies en beschikbaarheid van materialen en grondstoffen |
Negatieve impact |
Eigen operatie |
|
|
Materiële impacts, risico’s en kansen
Impacts
De impact van het gebruik van materialen en grondstoffen in de bedrijfsvoering van NS op de beschikbaarheid van materialen en (kritieke) grondstoffen is tweeledig. NS heeft een negatieve impact door de hoeveelheid materialen en grondstoffen die nodig is voor haar bedrijfsvoering. Anderzijds heeft NS een positieve impact door het verminderen van het gebruik van nieuwe grondstoffen en materialen door revisie, reparatie en hergebruik van treinmaterieel, treinonderdelen en de verkoop van treinmaterieel, treinonderdelen en materialen.
NS heeft een negatieve impact op emissies en de beschikbaarheid van materialen en grondstoffen door de hoeveelheid lineair afval die vrijkomt op stations, waaronder consumentenafval, op werkplaatsen en in kantoren.
Risico’s
Voor NS bestaat het risico op schaarste en stijgende prijzen van kritieke grondstoffen die essentieel zijn voor de productie, werking en het onderhoud van treinen.
Beleid
Het bedrijfsmodel van NS sluit aan bij de principes van een circulaire economie. Door deelmobiliteit te bieden via treinen en OV-fietsen, stimuleert NS het gedeeld gebruik van vervoersmiddelen. De ambitie om meer treinreizigers aan te trekken draagt bij aan een efficiënter gebruik van de mobiliteitsinfrastructuur. Daarnaast zet NS zich in om de circulariteit van haar bedrijfsvoering en eigen producten te vergroten.
Circulair ondernemen betekent voor NS zo min mogelijk (nieuwe) grondstoffen gebruiken, optimaal (her)gebruik maken van onze materialen en geen (rest)afval veroorzaken. Dit passen we toe bij onze kantoren, werkplaatsen, stations en treinen. Om dat te bereiken richten we ons op de zogeheten Trias Circulair NS, die centraal staat in ons circulariteitsbeleid.
De toeleveringsketen van (kapitaal-)goederen draagt significant bij aan de impact van NS op grondstofgebruik en de circulaire economie. Daarom zet NS ook in op maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen (MVOI). Circulair ontwerpen en inkopen zijn geïntegreerd in het NS MVOI-beleid. Dit beleid stimuleert een aantal circulaire inkooppraktijken met als doel de afhankelijkheid van grondstoffen te verminderen en de circulariteit te bevorderen. Voorbeelden hiervan zijn de transitie van bezit naar gebruik, het gebruik van eerder gebruikte of regenererende ‘biobased’ materialen, circulair ontwerpen en het verlengen van de levensduur van producten.
In het circulariteitsbeleid van NS is expliciete aandacht voor kritieke grondstoffen. Dit zijn essentiële natuurlijke hulpbronnen voor onze treinen en bedrijfsvoering, waarvan de beschikbaarheid onzeker is. Dit komt onder andere door schaarste, de concentratie van winning in enkele landen buiten de EU en mogelijke verstoringen als gevolg van natuurrampen of conflicten. Om deze risico’s te beperken zet NS in op de overgang naar een circulaire economie. Dit helpt de druk op grondstoffen te verminderen, versterkt de veerkracht van onze toeleveringsketens en maakt ons minder afhankelijk van kritieke grondstoffen.
Inflow versus outflow
Onder inflow verstaan we alle fysieke middelen die ons bedrijf binnenkomen. Denk daarbij aan nieuwe treinen en reserveonderdelen, onderhoudsmiddelen, bedrijfskleding en IT-hardware. Inflow is circulair als het niet bijdraagt aan de uitputting van grondstoffen. Dat kan doordat het al eerder is ingezet (hergebruikt of gerecycled) of doordat het weer aangroeit (uit een duurzaam beheerde biologische bron).
Onder outflow verstaan we fysieke middelen die ons bedrijf verlaten en het afval dat reizigers in de treinen of op stations weggooien. Outflow is lineair als de materialen worden gestort of verbrand en circulair als de materialen niet verloren gaan maar opnieuw gebruikt worden. Daarvoor moet het technisch mogelijk zijn om te hergebruiken, reviseren, recyclen, vergisten of composteren én een partij moet dit ook doen.
Voor de definities van zowel inflow als outflow sluiten we aan bij het ‘Circular Transition Indicators’ (CTI) framework van de World Business Council for Sustainable Development.
Materiaalinstromen en materiaalgebruik
Acties, indicatoren en doelen
Acties
(Nieuw) grondstofgebruik beperken
We gaan zuinig om met grondstoffen en onze producten. Door circulair en materiaalarm ontwerpen en inkopen streven we ernaar efficiënter om te gaan met materialen, beperken we (nieuw) grondstof gebruik en voorkomen we afval in de toekomst. We sturen op het vergroten van de circulaire inflow door de voorkeur te geven aan gerecyclede, gebruikte en hernieuwbare (‘biobased’) grondstoffen. Waar mogelijk werken we samen met leveranciers(ketens) om producten circulair te maken en de levensduur te verlengen. Circulariteit wordt standaard meegenomen in relevante inkoopprocessen, zoals aanbestedingen, om zo duurzame producten te selecteren en leveranciers belonen voor hun verduurzaming.
Bij de aanschaf van nieuwe treinen vraagt NS om een materiaalpaspoort. Met dit paspoort verkrijgen we inzicht in de oorsprong van de grondstoffen die gebruikt worden om de trein te bouwen en in de herbruikbaarheid van materialen aan het einde van hun levensduur. In de ontwerp- en inkoopfase sturen we zoveel mogelijk op snel hernieuwbaar, gebruikt of gerecycled materiaal. Daarnaast beperken we het treingewicht, zodat er minder materiaal nodig is om de trein te bouwen en minder energie om ermee te rijden. We selecteren circulaire materialen die niet bijdragen aan de uitputting van grondstoffen en die na de levensduur van de trein weer demontabel en herbruikbaar zijn. Hierdoor gebruiken we minder nieuwe materialen én voorkomen we afval aan het einde van de levensduur van de trein.
De Dubbeldekker Nieuwe Generatie (DDNG) is de eerste trein ter wereld met een materiaalpaspoort. Tijdens de ontwerpfase werkten we samen met treinbouwer CAF om de trein circulair en modulair te ontwerpen. Zo worden de wielen en assen vervaardigd uit 100% gerecycled metaal en wordt het casco gemaakt met gerecycled aluminium (67%). Hierdoor beperken we het gebruik van nieuwe grondstoffen en reduceren we de CO₂-uitstoot tijdens de productiefase van de trein. Daarnaast hebben we gestuurd op minder materiaalgebruik door kritisch ontwerpen, 3D-printen en het toepassen van honingraatstructuren.
Ook bij de aanbesteding van de nieuwe Flirt Flex-treinen, die in 2025 is gegund, maakt circulariteit een integraal onderdeel uit van de gestelde eisen en het gunningsproces. Voor de nieuw te bouwen Flirt Flex-treinen wordt, net als bij de DDNG, een materiaalpaspoort opgesteld. In de ontwerpfase zal samen met Stadler gewerkt worden aan een modulair en circulair ontwerp van de trein, om afval in de toekomst te voorkomen.
Strategische en kritieke grondstoffen
Op dit moment zijn veel van de kritieke en strategische grondstoffen die ons bedrijf binnenkomen nog onvoldoende in kaart. Dit komt doordat deze vaak in kleine hoeveelheden voorkomen in de ingekochte producten, terwijl in de inflowrapportages meestal alleen de hoofdmateriaalsoorten worden gerapporteerd. Wel boeken we vooruitgang: sinds dit jaar vragen we onze leveranciers specifiek om in hun inflowrapportages ook de kritieke en strategische grondstoffen te rapporteren. Hierdoor krijgen we beter inzicht in welke kritieke en strategische grondstoffen aanwezig zijn in de producten die ons bedrijf binnenkomen.
Nieuwe treinen bevatten grote hoeveelheden aluminium, een kritieke grondstof waarvan de leveringszekerheid op lange termijn niet gegarandeerd is. Daarom zijn we op zoek gegaan naar duurzame alternatieven die overvloedig beschikbaar en snel hernieuwbaar zijn. Dit heeft geleid tot een pilot met Woodflow, een innovatief, lichtgewicht 3D geproduceerd houten composiet, waarvan we een treinplafond hebben ontwikkeld. Dit houten Woodflow-treinplafond hebben we gedemonstreerd aan de railindustrie tijdens het Railsponsible Event. Deze pilot is een belangrijke eerste stap om te onderzoeken hoe schaarse materialen in treinen vervangen kunnen worden door milieuvriendelijkere, snel hernieuwbare grondstoffen, waarmee we bijdragen aan een circulaire en toekomstbestendige spoorsector.
NS heeft het thema kritieke en strategische grondstoffen op de agenda gezet binnen het Convenant Circulair Openbaar Vervoer (CCOV), de samenwerking tussen openbaarvervoerpartijen in Nederland. Ook binnen Europe's Rail Joint Undertaking (ERJU) neemt NS het initiatief rondom dit onderwerp en werken we samen aan gerichte projecten. Deze partnerschappen zijn essentieel om gezamenlijk circulaire oplossingen te ontwikkelen, de risico’s rondom deze grondstoffen beter te beheersen en inzicht te verkrijgen in welke kritieke en strategische grondstoffen onmisbaar zijn voor onze treinen en de sector als geheel. Als concrete stap organiseerde NS eind 2025, in samenwerking met treinbouwers, andere vervoerders en experts van TNO, een workshop waarin de kritieke en strategische grondstoffen binnen de railsector in kaart zijn gebracht. Deze gezamenlijke aanpak draagt bij aan een duurzaam gebruik van grondstoffen en versterkt de toekomstbestendigheid van het spoor.
Indicatoren en doelen
Om goed te kunnen sturen op circulair en efficiënt materiaalgebruik, werkt NS structureel aan ‘inflow- meten’. Hiermee analyseren we de hoeveelheid en samenstelling van de materialen die de organisatie inkoopt. NS meet de circulariteit van ingekochte materialen door te meten hoeveel massa verschillende typen materiaal is ingekocht en vervolgens te bepalen in hoeverre dit circulaire grondstoffen bevat. Voor inflow waarvan we de massa niet kennen maken we een schatting op basis van de gemiddelde massa per euro van de inkoopcategorie waartoe de inflow behoort. We berekenen de circulariteit van de inflow op basis van de CTI classificaties ‘non-virgin’ (grondstoffen die een eerdere toepassing hebben gehad) en ‘renewable’ (organische grondstoffen die niet worden uitgeput).
De circulaire content wordt bepaald op basis van informatie van leveranciers en publiek beschikbare productinformatie. Voor ingekochte goederen waarvoor geen informatie over de circulariteit beschikbaar is wordt conservatief aangenomen dat de grondstoffen niet circulair zijn, er wordt dus geen gebruik gemaakt van marktgemiddelden voor circulaire content.
Er zijn meetbare jaarlijkse doelstellingen vastgesteld voor circulaire inflow door alle NS bedrijfsonderdelen tot 2030, die optellen tot de volgende NS-brede doelen voor het percentage circulaire inflow:
|
Indicator |
Eenheid |
Realisatie 2025 |
Realisatie 2024 |
Doel 2025 |
Doel 2030 |
|
Aandeel circulaire inflow |
% |
14% |
17% |
21% |
25% |
|
Eenheid |
2025 |
2024 |
|||
|
Totale inflow |
ton |
63.202 |
71.500 |
||
|
Inflow gemeten |
ton |
36.913 |
14.318 |
||
|
Aandeel inflow gemeten |
% |
58% |
20% |
||
|
Kritieke materialen gemeten |
ton |
34 |
360 |
||
|
Strategische materialen gemeten |
ton |
63 |
103 |
De totale inflow van NS was in 2025 naar schatting 63.202 ton (2024: 71.500 ton). De belangrijkste categorieën zijn:
Treinen: nieuw rollend materieel en treinonderdelen (in 2025 voornamelijk ICNG; circa 8.000 ton)
Retail assortiment: voornamelijk voedsel en dranken die worden verkocht in de verschillende formules van NS Retail (circa 25.000 ton)
Bouwmaterialen: voor bouw- en verbouw-projecten (circa 22.000 ton)
In 2025 is 36.913 ton inflow gemeten (2024: 14.318 ton). Het aandeel gemeten inflow is gestegen naar 58% (2024: 20%), met name door de beschikbaarheid van meer data van het retail assortiment, instroom van nieuw materieel en de bouw van de treinstellenhal op onze locatie voor treinmodernisering in Haarlem. Ook is in steeds meer inkoopcontracten het aanleveren van inflow-informatie door leveranciers opgenomen.
Van de ingestroomde materialen waarvan we weten wat erin zit (inflow-meten) was 14% circulair (2024: 17%). De realisatie in 2025 is onder het door ons gestelde doel (21%). Dit komt met name door de beschikbaarheid van meer data van het retail assortiment, waar het uitdagend blijkt om een hoog aandeel circulaire inflow te realiseren. Ook het bouwproject in Haarlem heeft een relatief laag aandeel circulaire inflow.
34 ton (0,05%) aan kritieke materialen was bekend in de inflow van NS in 2025. Dit is voornamelijk aluminium dat wordt gebruikt in het treincasco en in treinramen. 63 ton (0,09%) aan strategische materialen was bekend in de inflow van NS in 2025, dit is met name koper in koolsleepstukken en bekabeling. NS hanteert de vijfde lijst van kritieke grondstoffen (Critical Raw Materials), die in 2023 door de Europese Commissie is gepubliceerd, om het gebruik van schaars en strategisch belangrijk materiaal binnen haar bedrijfsvoering te monitoren en te minimaliseren.
Materiaaluitstromen en afval
Acties, indicatoren en doelen
Acties
Optimaliseren materiaalgebruik
We zijn zuinig op onze materialen en treinen. We zetten in op maximaal (her)gebruik van materialen door goed onderhoud, reparatie en levensduurverlenging. Zo voorkomen we verspilling en kunnen we langer en efficiënter (her)gebruik maken van onze producten en onderdelen.
Dit jaar is bij NS treinmodernisering gestart met de Pre Try Out (PTO) van de modernisering van de eerste 20 jaar oude VIRM4 trein, zodat deze weer 20 jaar reizigers kan vervoeren. Het streven is om 99% van oude treinonderdelen een tweede leven te geven, waarvan 83% wordt opgeknapt en teruggeplaatst in de gemoderniseerde treinen. Vanaf 2026 starten we met de serieproductie voor de modernisering van de volledige VIRM4-vloot.
Bij reparatie en onderhoud streven we naar levensduurverlenging van treinonderdelen. In 2025 bestond 25% van de verbruikte treinonderdelen, exclusief bevestigingsmiddelen zoals boutjes en moertjes, uit zogenoemde wisseldelen. Deze wisseldelen worden bij defect gerepareerd of gereviseerd in plaats van weggegooid en vervangen door nieuwe. De potentie om slijtdelen om te zetten naar wisseldelen onderzoeken we in de toekomst verder.
Geen afval veroorzaken
Door het optimaliseren van ons materiaalgebruik proberen we afval te voorkomen, NS ziet afval als waardevolle grondstof. We kijken eerst of we het product volledig kunnen hergebruiken. Mocht dit niet meer mogelijk zijn zorgen we ervoor dat materialen een hoogwaardige nieuwe bestemming krijgen. Indien mogelijk sluiten we de kringloop binnen NS door hergebruik en up-/recycling. We analyseren welke onderdelen opnieuw ingezet kunnen worden binnen onze organisatie en bieden restmaterialen aan derden via verschillende kanalen. Materialen die niet meer hergebruikt of verkocht kunnen worden, worden zo goed mogelijk gerecycled door onze afvalverwerker. Voor betere en efficiëntere afvalscheiding optimaliseren we afval-inzamelplekken op NS-locaties.
Samen met ProRail en IenW werkt NS Stations aan de Ambitie Afvalvrije Stations 2040 om zo de circulaire outflow van consumentenafval op stations te verhogen. In 2025 werd 35% van het consumentenafval op stations circulair verwerkt (2024: 33%). Afgelopen jaar is een hernieuwde routekaart vastgesteld met verbetermaatregelen tot 2030, om bijvoorbeeld verpakkingsmaterialen te verduurzamen en het scheiden van afval aan de bron te verbeteren.
Ook op NS kantoren, kantines en verblijven zijn dit jaar stappen gezet om het afval beter te scheiden. Zo zijn er nieuwe afvalscheidingsbakken geplaatst, waardoor recycling wordt bevorderd en afvalstromen beter gescheiden en verwerkt kunnen worden. In 2025 is 37% van de outflow van kantoren circulair verwerkt (2024: 34%).
Vanaf 2024 vraagt NS collega’s en bezoekers een eigen beker mee te nemen naar NS-locaties voor koffie of thee. In 2025 stopte NS met het verstrekken van herbruikbare plastic bekers bij vergeten bekers. Zo stimuleren we duurzaam hergebruik en voorkomen we afval.
Uitstroom van treinen
Wanneer een treinserie het einde van haar levensduur nadert en niet meer nodig is voor de dienstregeling, dan heeft het de voorkeur om de trein te verkopen op de tweedehandsmarkt. Zo hebben we in 2025 zes locomotieven, één Intercity-treinstel van het type ‘Koploper’ (ICMm) en drie ICE-treinstellen geleverd aan externe partijen.
Voor we verkopen, kijken we welke onderdelen we nog kunnen gebruiken om daarmee onze overige treinen in stand te houden. In 2025 hebben we ruim 4.400 onderdelen uit ICMm-treinen voor eigen gebruik weten te gebruiken. Als verkoop van de trein niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld vanwege ernstige schade, of als er geen interesse in de markt is, dan bieden we onderdelen die we zelf niet meer nodig hebben aan voor hergebruik door derden. Dit gebeurt bijvoorbeeld via een zogenaamd ‘oogstboek’ dat we delen met marktpartijen en onze upcycle-partners. Dankzij deze aanpak hebben we in 2025 bovendien ongeveer 1.600 treinonderdelen gedemonteerd en verkocht aan derden voor hergebruik.
Tot slot zorgen we ervoor dat de restmaterialen van treinen die niet hergebruikt kunnen worden, zorgvuldig worden gescheiden en maximaal worden gerecycled. Bij de ontmanteling van ICMm-bakken hebben we in 2025 ruim 97% van de materialen duurzaam in de kringloop gehouden.
NS Upcycle shops en NS veilingen
In 2025 hebben we pop-up NS Upcycle shops geopend op de stations Rotterdam, Amsterdam Centraal en Utrecht Centraal. In deze winkels bieden we unieke collector-items van oude treinen aan, zoals noodremtrekkers en treinprullenbakken. Daarnaast verkopen we NS upcycle-producten gemaakt van treinonderdelen. Samen met onze upcycle-partners geven we circulair design een podium en laten we zien dat afval niet bestaat. We inspireren bezoekers om ‘afval’ te zien als het startpunt voor iets nieuws. Op deze manier dragen we bij aan het verkleinen van de afvalberg en vergroten we het bewustzijn rondom duurzaam hergebruik.
Via een dertiental veilingen hebben we in 2025 oude of overtollige NS-materialen een nieuwe bestemming gegeven. In totaal hebben we hiermee honderden artikelen met een gezamenlijk gewicht van 78 ton aan materiaal herbestemd.
Indicatoren en doelen
NS hanteert voor de outflow de afvalhiërarchie van de Ladder van Lansink. Deze ladder maakt onderscheid tussen verschillende manieren van afvalbeheer. Preventie en hergebruik hebben de hoogste prioriteit, gevolgd door recycling. Verbranding met energieopwekking, verbranding zonder energieopwekking en storten worden door NS gezien als lineaire outflow.
Met de indicator ‘Circulaire outflow’ sturen we op het vergroten van de circulariteit van uitgaande materialen. Er zijn meetbare jaarlijkse doelstellingen vastgesteld voor ‘circulaire outflow’ door alle NS bedrijfsonderdelen tot 2030, die optellen tot de volgende NS-brede doelen voor het percentage circulaire outflow:
|
Indicator |
Eenheid |
Realisatie 2025 |
Realisatie 2024 |
Doel 2025 |
Doel 2030 |
|
Aandeel circulaire outflow |
% |
63% |
56% |
64% |
82% |
In 2025 hebben we 18.259 ton materialen afgevoerd. Van de afgevoerde materialen was 63% circulair (2024: 56%). Deze stijging in het circulaire aandeel komt doordat steeds meer materialen worden herstemd en hergebruikt.
De samenstelling (tabel) en verwerkingsmethoden (diagram) van de outflow zijn:
|
Totale outflow |
% circulaire |
|
|
Restafval |
7.003 |
19% |
|
Metalen |
3.334 |
99% |
|
Diversen hergebruik |
3.047 |
100% |
|
Hout, papier en karton |
1.289 |
94% |
|
Olie(producten) en slibs |
1.155 |
76% |
|
Bouw- en sloopafval |
860 |
95% |
|
Swill en over-datum-producten |
732 |
50% |
|
Oplosmiddelen |
407 |
99% |
|
Kunststoffen en verpakkingen |
163 |
42% |
|
Overig |
269 |
61% |
|
18.259 |
63% |
Gevaarlijk afval
In 2025 is er 992 ton gevaarlijk afval afgevoerd, wat neerkomt op 5,4% van de totale outflow (2024: 6,1%). Deze categorie gevaarlijk afval omvat onder andere vervuild water, minerale oliën, verf en koelmiddelen. Het lagere percentage ten opzichte van vorig jaar komt mede doordat er in 2025 geen modernisering van de VIRMm-treinen heeft plaatsgevonden. Van het gevaarlijk afval is 87% (2024: 88%) circulair verwerkt. Dit jaar is het gebruik van spoelmiddelen kritisch bekeken en zijn aanpassingen doorgevoerd om het verbruik te verminderen Ook is het verfproces bij NS-treinmodernisering geoptimaliseerd door inzet van een ander merk en een preciezere uitvoering. Deze maatregelen dragen gezamenlijk bij aan de reductie van gevaarlijk afval.
Samenwerkingen
Ondertekening Convenant Circulair Openbaar Vervoer (CCOV)
In 2025 heeft NS het Convenant Circulair Openbaar Vervoer ondertekend. Met deze stap onderstrepen we onze inzet voor de transitie naar een circulaire economie binnen de Nederlandse mobiliteitssector. In samenwerking met andere ov-partijen en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt NS aan de transitie naar circulair openbaar vervoer, waarbij kennisdeling en investeringen in onderzoek en innovatie centraal staan.
NS lid van Nederlandse Vereniging Circulaire Economie (NVCE)
In 2025 is de Nederlandse Vereniging Circulaire Economie opgericht, waarvan NS lid is geworden. Hiermee versterken we onze betrokkenheid bij de bevordering van circulair ondernemen en zijn we aangesloten bij een sterk netwerk van ondernemers die samen werken aan een circulaire economie.