Klimaat en energie

De trein is een duurzame keuze voor middellange afstanden en is onderdeel van de oplossing voor klimaatverandering. De grootste klimaatimpact realiseren we door reizigers te verleiden om de trein te kiezen in plaats van auto of vliegtuig, de CO2-uitstoot in onze waardeketen te reduceren en ons energieverbruik te optimaliseren. Door extremer weer als gevolg van klimaatverandering neemt de druk op stations en infrastructuur toe.

Het materiële thema ‘Klimaat en energie’ heeft als sub-thema’s ‘Klimaatmitigatie’ en ‘Klimaatadaptatie’:

Materiële impacts, risico's en kansen

Waardeketen

Beleid

Actieplan

Sub-thema: Klimaatmitigatie

De positieve impact van vermeden CO2-emissies door het aanbieden van duurzame vervoersmogelijkheden als alternatief voor vliegtuig en auto

Positieve impact

Eigen operatie

  • Klimaatbeleid

  • MVOI beleid

  • Transitieplan

De negatieve impact van CO2-emissies veroorzaakt in de waardeketen van NS, gerelateerd aan de activiteiten van NS (scope 1, 2 en 3 emissies)

Negatieve impact

Gehele waardeketen

  • Klimaatbeleid

  • MVOI beleid

  • Transitieplan

De negatieve impact van het energieverbruik in de bedrijfsvoering van NS op de beschikbaarheid van energie in Nederland

Negatieve impact

Eigen operatie

  • Klimaatbeleid

  • MVOI beleid

  • Transitieplan

Sub-thema: Klimaatadaptatie

Het risico dat kritieke stations en gebouwen onbereikbaar of niet beschikbaar zijn door toegangsbeperkingen of schade veroorzaakt door toenemende wateroverlast en hitte als gevolg van klimaatverandering

Risico

Eigen operatie

-

  • Business Continuity Management-plannen

Het risico op verstoringen in de dienstregeling door uitval en beperkingen in infrastructuur veroorzaakt door toenemende wateroverlast en droogte als gevolg van klimaatverandering

Risico

Upstream

-

  • Business Continuity Management-plannen

Klimaatmitigatie

Materiële impacts, risico’s en kansen

Impacts

De impact van NS op klimaatmitigatie kent zowel positieve als negatieve aspecten. NS draagt positief bij door voor middellange afstanden een duurzamer vervoersalternatief te bieden, wat leidt tot vermeden CO₂‑uitstoot. Tegelijk ontstaan er emissies in de eigen bedrijfsvoering en in de waardeketen die een negatieve invloed hebben. Als grote energieverbruiker - met name voor het rijden van treinen - beïnvloedt NS daarnaast de beschikbaarheid van energie in Nederland.

Beleid, acties, indicatoren en doelen

Beleid

Het klimaatbeleid van NS is gebaseerd op de Trias Energetica NS. De kernprincipes van de trias zijn: Energie besparen, Energie opwekken en Groene energie inkopen. Deze aanpak, geïnspireerd op de Trias Energetica van TU Delft (1979), is leidend voor directe en indirecte emissies. Dit houdt in dat het beleid betrekking heeft op uitstoot uit eigen activiteiten (scope 1), ingekochte energie (scope 2) en emissies afkomstig uit de waardeketen (scope 3).

Door brede implementatie van de Trias Energetica NS sturen we actief op het verminderen van onze CO₂-emissies. We richten ons op emissiereductie binnen de eigen bedrijfsvoering en de waardeketen, het ondersteunen van de uitrol van hernieuwbare energie, efficiënt energieverbruik en maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen (MVOI).

Om klimaatmitigatie effectief aan te pakken is onze strategie breder dan CO2-reductie en duurzaam energiebeheer. Ook circulariteit is een belangrijke pijler (zie circulariteit en materiaalgebruik).

Energie besparen (energie-efficiëntie)

Energiebesparing richt zich op het afvlakken en verminderen van de energievraag van NS. We meten en reduceren gericht het verbruik van tractie‑elektriciteit, vastgoed‑elektra, aardgas en warmte (facilitaire energie). Dit verlaagt onze CO₂‑uitstoot.

Energie opwekken en groene energie inkopen

We zetten onze eigen gebouwen en terreinen in om energie op te wekken uit hernieuwbare bronnen, zoals zon en wind. Voor de resterende behoefte kopen we groene stroom met garanties van oorsprong in. Dit verlaagt de afhankelijkheid van externe energiebronnen, vermindert de gevoeligheid voor schommelingen in energieprijzen en reduceert uitstoot.

Maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen

De toeleveringsketen (goederen en diensten) draagt aanzienlijk bij aan onze klimaatimpact. In besluitvorming rond opdrachtgeven en inkopen sturen we op reductie van de CO₂-footprint van het benodigde product of dienst tijdens productie, transport, gebruik en bij einde-levensduur. Dit is vastgelegd in ons MVOI-beleid.

Transitieplan klimaatmitigatie

NS heeft een transitieplan klimaatmitigatie opgesteld inclusief doelen, hefbomen en acties om de negatieve impact op het klimaat door de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Het transitieplan beschrijft de stappen die we vanaf 2025 ondernemen om onze doelen te bereiken. Het plan wordt jaarlijks geactualiseerd in samenhang met de strategische en financiële planning van NS. Het plan kijkt naar verschillende ‘hefbomen’ of manieren om minder uitstoot te creëren. Bij het opstellen van de hefbomen en reductiedoelen zijn interne stakeholders geconsulteerd. De externe hefbomen zijn gebaseerd op publieke rapporteren zoals de Klimaat en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving. Ook houdt NS rekening met mogelijke groei, want een toename in reizigerskilometers kan leiden tot een hogere uitstoot.

Doelen en transitiepad

NS heeft wetenschappelijk onderbouwde reductiedoelstellingen (science-based targets) voor broeikasgasemissies. De reductiedoelen zijn locatie-gebaseerd en absoluut, niet per reizigerskilometer. Het uiteindelijke doel is om in 2050 netto-nul uitstoot te bereiken in de gehele keten (scope 1, 2 en 3). Dit is in lijn met het 1,5 graden klimaatscenario van het IPCC. 

Om dit te bereiken zijn tussendoelen geformuleerd. Voor scope 1 en 2 emissies, waar NS de meest directe controle over heeft, volgt NS tot 2030 het 1,5 graden scenario. Na 2030 streeft NS naar het bereiken van netto-nul uitstoot in 2040. Voor scope 3 emissies, waar de invloed en controle beperkter zijn en er een grotere afhankelijkheid is van derde partijen, volgt NS tot 2030 het 'well-below 2 degrees' scenario. Na 2030 worden de reductiedoelen scherper om toch in 2050 netto-nul uitstoot in de gehele keten te bereiken. 

De aanpak is in lijn met de SBTi-richtlijnen en wordt continu geëvalueerd en bijgesteld om ervoor te zorgen dat NS haar doelstellingen haalt en bijdraagt aan de wereldwijde inspanningen om klimaatverandering te mitigeren.

Onze doelen en het transitiepad zijn opgenomen in onderstaande tabel. Alleen doelen met een * zijn gevalideerde science-based targets, de rest is ter illustratie lineair geïnterpoleerd of opgeteld. We gebruiken 2019 als basisjaar, omdat dit bij het opstellen en indienen van de science-based targets in 2023 het meest recente representatieve jaar was. De jaren 2020-2022 zijn door de COVID pandemie en gerelateerde lockdowns voor NS niet representatief voor vergelijking.

CO2-uitstoot**

Eenheid

2025

2019

Doel 2025

Doel 2030

Doel 2040

Doel 2050

Scope 1

kton CO2e

12

16

12

8*

2*

2*

reductie t.o.v. 2019

22%

-

25%

46%*

90%*

90%*

Scope 2

kton CO2e

271

491

367

264*

49*

49*

reductie t.o.v. 2019

45%

-

25%

46%*

90%*

90%*

Scope 3

kton CO2e

439

573

487

415*

236

57*

reductie t.o.v. 2019

23%

-

15%

28%*

59%

90%*

Totaal

kton CO2e

722

1.079

866

688

287

108

reductie t.o.v. 2019

33%

-

20%

36%

73%

90%

  • *Gevalideerde science-based targets.
  • **Tabel telt niet altijd rekenkundig op vanwege afronding. De reductie is berekend op niet-afgeronde getallen.

Onze korte termijn science-based targets voor 2030 zijn 46% reductie in scope 1 en 2 en 28% reductie in scope 3 ten opzichte van 2019. Onze lange termijn science-based targets zijn minimaal 90% reductie voor scope 1 en 2 in 2040 en voor scope 3 in 2050. Dat wil zeggen minimaal 90% reductie in 2050 ten opzichte van 2019, en compensatie van de resterende emissies.

Decarbonisatiehefbomen

We hebben (decarbonisatie)hefbomen vastgesteld waarmee we de uitstoot vanaf 2025 structureel kunnen reduceren. Dit zijn categorieën van uitstoot waaraan we concrete reductieacties koppelen. Dit doen we zowel voor onze eigen bedrijfsvoering als in de waardeketen. De hefbomen zijn (van groot naar klein):

  1. Tractie-energie (scope 2): elektriciteit besparen door energiezuinig rijden en opstellen en slimmer materieelgebruik

  2. Inkoop (scope 3): maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen en zoveel mogelijk circulaire grondstoffen

  3. Facilitaire energie (scope 1 en 2): minder aardgas en elektriciteit door verduurzaming gebouwen en bewust energiegedrag

  4. IT-verbruik (scope 3): duurzame datacenters en hardware

  5. Transport (scope 1 en 3): elektrificatie van het wagenpark van NS en ketenpartners

  6. Overige emissies (scope 1 en 3): reductie gelekte koudemiddelen en hogere circulaire outflow

  7. Externe hefbomen (scope 2 en 3): vergroening nationale elektriciteits- en mobiliteitsmix

In onderstaand diagram geven we de gerealiseerde reductie sinds 2019, de verwachte toename door stijging van de reizigerskilometers, en de verwachte impact per hefboom weer in relatie tot onze doelstelling in 2030, 2040 en 2050. 

Neutralisatie houdt in dat CO2 permanent uit de atmosfeer wordt verwijderd en opgeslagen. Dit wordt alleen gedaan om de klimaatimpact van broeikasgasemissies te compenseren die na hun streefdatum voor netto nul-emissies onvermijdelijk zijn.

Actieplannen per scope en hefboom

Per emissiescope worden de belangrijkste acties en voortgang beschreven.

Scope 1 – Directe emissies

Facilitaire energie: gasverbruik verminderen
Om het doel van 46% reductie van de CO₂-uitstoot in scope 1 in 2030 ten opzichte van 2019 te realiseren, ligt de belangrijkste hefboom in het structureel verminderen van het gasverbruik binnen onze kantoren, werkplaatsen en stations.

Bij de onderhoudsbedrijven wordt de verwarmingsvoorziening stapsgewijs omgezet naar warmtepompen, waarmee het aardgasverbruik verder wordt teruggedrongen. De ingebruikname van de nieuwe, gasloze, treinstellenhal in Haarlem levert een belangrijke bijdrage aan de reductie van het gasverbruik. In Haarlem wordt vanaf 2026 tevens in fasen een warmte- en koudeopslaginstallatie (WKO) in gebruik genomen om op duurzame wijze te kunnen verwarmen en koelen. Tot slot wordt NS-breed ingezet op structurele vermindering van het energiegebruik door de toepassing van energie-efficiëntere apparatuur.

Om het gasverbruik op de stations en het overig vastgoed verder te reduceren, worden verschillende maatregelen uitgevoerd. Hierbij worden gebouwen en inpandige casco’s voorzien van aanvullende isolatie om warmteverlies te beperken. Daarnaast worden cv-ketels vervangen door (hybride) warmtepompen, waarbij deze aanpassingen zoveel mogelijk worden gekoppeld aan natuurlijke onderhouds- of vervangingsmomenten. Ook worden de mogelijkheden onderzocht om vastgoed te verkopen of te ontmantelen op locaties waar verdere verduurzaming niet haalbaar is

Verder wordt bij de bedrijfsonderdelen bewust energiegedrag onder de medewerkers gestimuleerd, zoals zuinig stookgedrag en het sluiten van deuren.

Transport: elektrificatie van het wagenpark van NS
De emissies van fossiele brandstoffen in het wagenpark worden verder verminderd door brandstofvoertuigen te vervangen door elektrisch aangedreven voertuigen. Het uitgangspunt van NS is om een volledig elektrisch wagenpark te hebben in 2030. Momenteel wordt het beleid herzien met aandacht voor doelgroepen die nog niet volledig te elektrificeren zijn, zoals de wachtdienst van Veiligheid & Service of bestelbussen gebruikt door Onderhoud & Service.

Overig: koudemiddelen
Er wordt onderzocht hoe de uitstoot van koudemiddelen verder kan worden beperkt, onder meer door het toepassen van alternatieve, milieuvriendelijkere, koelmiddelen.

Conclusie
Met de reeds ingezette maatregelen zijn wij goed op weg om het reductiedoel voor 2030 te realiseren. De maatregelen tellen gezamenlijk op tot ruim 40% reductie vanaf 2025, dus er is nog een ‘gap’ van 6% reductie om het doel van 46% te behalen. Tegelijkertijd verkennen wij aanvullende mogelijkheden om het doel volledig te behalen, waarbij een deel van deze initiatieven tevens bijdraagt aan het bereiken van onze lange termijndoelen voor 2040 en 2050.

Scope 2 – indirecte emissies uit de opwekking van ingekochte energie

Tractie-energie: energie zuinig rijden en opstellen
Om het doel 46% besparing 2030 (t.o.v. 2019) in scope 2 te realiseren is de belangrijkste interne hefboom het verminderen van het energieverbruik door het rijden van de treinen.

De programma’s ‘Energie zuinig opstellen’ (EZO) en ‘Energiezuinig Rijden’ (EZR) zorgen voor efficiënter gebruik van materieel en energie. Het programma EZR ondersteunt machinisten met training en tools om energiezuiniger te rijden, terwijl het programma EZO focust op het correct toepassen van de EZO-stand op emplacementen. Samenwerking tussen afdelingen wordt versterkt en via monitoring, dashboards en automatisering wordt energiebesparing structureel gerealiseerd.

Facilitaire energie: elektra reduceren
Het verlagen van de facilitaire energie draagt eveneens bij om ons reductiedoel voor scope 2 te bereiken. Bedrijfsmiddelen stapsgewijs vervangen door energiezuinige varianten, zoals de vernieuwde kuilwielenbank in Leidschendam. De transitie van gas naar elektra voor verwarming kan leiden tot een stijging in het elektriciteitsverbruik. Bij nieuwbouw wordt de eventuele hogere elektriciteitsvraag gecompenseerd door zonnepanelen, waardoor groei in verbruik beperkt wordt. Op stations en vastgoed voert NS Stations maatregelen uit zoals grootschalige led-vervanging en efficiëntere apparatuur, bijvoorbeeld koelinstallaties met energiebesparende deuren. Daarnaast wordt bewust energiegebruik door medewerkers gestimuleerd. Verder onderzoeken we mogelijkheden voor energieopslag en -opwekking, waaronder een pilot met batterijopslag op station Amersfoort, met als doel deze oplossingen vanaf 2030 breder uit te rollen.

Externe hefboom: vergroening nationale elektriciteitsmix
De vergroening van de nationale elektriciteitsmix is de grootste driver om de uitstoot in scope 2 te reduceren, hiervoor zijn we afhankelijk van externe ontwikkelingen. De invloed die we als NS hierop uit kunnen oefenen is beperkt. Wat we wel doen is de transitie naar groene stroom aanmoedigen door zelf een actieve afnemer te zijn van zon- en windenergie en hierover in gesprek te zijn met onze stakeholders.

Conclusie
De interne maatregelen en reeds behaalde reducties tellen gezamenlijk op tot een reductie van 34% vanaf 2025. Aanvullend rekening houdend met de vergroening van de nationale elektriciteitsmix verwachten we een totale reductie van 76% te behalen, dat is ruim boven het te behalen doel van 46%

Scope 3 – Indirecte ketenemissies

Maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen
Om het doel 28% besparing 2030 (t.o.v. 2019) in scope 3 te realiseren is de belangrijkste interne hefboom maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen.

De inkoop van (kapitaal)goederen en diensten is één van de grootste bronnen van uitstoot waarvoor NS verantwoordelijk is. Om deze emissies te reduceren werkt NS samen met haar leveranciers om de markt uit te dagen en te kiezen voor producten en diensten die minder broeikasgassen veroorzaken.

NS hanteert sinds een aantal jaren een MVOI-beleid, waar duurzame keuzes worden meegewogen binnen de selectie van leveranciers en producten. Afhankelijk van de inkoopcategorie worden er verschillende strategieën gevolgd om de emissies te reduceren. Belangrijke strategieën hiervoor zijn onder andere circulair ontwerpen, het gebruik van duurzaam geproduceerde materialen binnen producten en het verminderen van energieverbruik in de dienstverlening.

Momenteel zijn we nog zeer beperkt in staat om kwantitatieve voorspellingen te doen van de resulterende emissiereducties. Daarom is in het transitieplan een bescheiden reductie opgenomen. We zijn volop bezig deze inzichten verder te verdiepen en uit te breiden, zodat in de toekomst een meer gedetailleerde en grotere emissiereductie kan worden gerealiseerd.

IT verbruik: duurzame datacenters en hardware
Een belangrijke hefboom om de uitstoot in scope 3 te verlagen, betreft het beperken van de uitstoot binnen de IT-keten. Dit gebeurt onder meer door de efficiëntie te verhogen, wat zowel kosten als emissies reduceert, en door de versnelde migratie naar de public cloud, die aanzienlijk efficiënter is dan private hosting. Daarnaast zijn verschillende duurzaamheidsgildes opgericht binnen de organisatie. Deze gildes bestaan uit werknemers die op verschillende IT thema's concrete plannen uitwerken om verdere reductie te realiseren. Deze initiatieven bestrijken een breed scala aan onderwerpen die nader worden uitgewerkt.

Transport: verduurzamen voor- en natransport
We zetten ons in om de CO2-uitstoot van voor- en natransport te verminderen door duurzame mobiliteit in de keten verder te stimuleren. Hiervoor worden diverse maatregelen getroffen, zoals het toevoegen van extra laadpalen op P+R-terreinen, het vernieuwen en uitbreiden van de OV-fietsenvloot, en de invoering van het 24-uurs gratis stallingsconcept om fietsenstallingen toegankelijker te maken en het fiets-naar-trein vervoer te bevorderen. Daarnaast werkt NS samen met gemeenten en ProRail aan nieuwe bemenste fietsenstallingen met dit concept. NS blijft ook invloed uitoefenen op de stationsomgeving, met voldoende ruimte en voorzieningen voor voetgangers, fietsers, Kiss & Ride en aansluitend openbaar vervoer. Tot slot sluit NS contracten met concessieverleners voor laadfaciliteiten zodat busvervoerders steeds meer elektrisch kunnen rijden.

Externe hefboom: Vergroening mobiliteitsmix
Het wagenpark van Nederland bestaat in toenemende mate uit batterij-elektrische voertuigen. Ten opzichte van 2024 is het naar verwachting in 2030 verviervoudigd[1]. Dit heeft ook effect op de ketenemissies van NS, met name in de emissies van voor- en natransport, maar ook van het woon-werk verkeer van NS-personeel. De mate van emissiereductie die hieruit volgt hangt met name af van de snelheid waarmee het aandeel elektrische auto's in Nederland groeit.

Conclusie
Om de beoogde 28% CO₂-reductie in scope 3 in 2030 te behalen, heeft NS de volgende belangrijke acties geïdentificeerd: implementatie MVOI-beleid (met name gericht op duurzame inkoop en circulaire grondstofstromen), beperken van IT verbruik en elektrificatie van voor- en natransport. Met de uitvoering van de concrete plannen is de verwachte reductie 22% vanaf 2025. Hiermee zijn we een eind op weg om het doel van 28% te halen, maar zijn wel aanvullende acties nodig.

Vooruitblik 2040 en 2050

De route naar klimaatneutraliteit in 2050 vraagt om voortdurende innovatie en samenwerking. NS blijft zich inzetten om de uitstoot stap voor stap te verminderen en daarover transparant te rapporteren. In de komende jaren zal NS zich naar verwachting richten op ambitieuze doelstellingen die aansluiten bij de Europese klimaatdoelen en maatschappelijke verwachtingen. Belangrijk aandachtspunt hierbij is milieu; NS streeft naar een reductie van minimaal 90% van scope 1 en 2 broeikasgassen in 2040, en netto-nul broeikasgasemissies in 2050 in de gehele keten. Dit betekent waar mogelijk volledig fossielvrij en circulair opereren, het verder verhogen van de energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie in alle bedrijfsactiviteiten.

Indicatoren en doelen - CO2

CO2-emissies

Voor de berekeningen van CO2 werken we volgens de richtlijnen uit het Greenhouse Gas (GHG) Protocol: de wereldwijde standaard voor het bepalen van broeikasgasemissies op bedrijfsniveau. Bij het meten van CO2-emissies maken we conform het GHG Protocol onderscheid tussen scope 1, 2 en 3.

We kijken in alle scopes naar de uitstoot van CO-equivalenten. Dat betekent dat naast CO₂ ook andere relevante broeikasgassen (zoals CH4, N2O, HFCs, PFCs, SF6 en NF3), indien relevant, worden meegenomen en uitgedrukt in CO₂-equivalenten. Waar mogelijk worden de emissiefactoren van het platform CO2emissiefactoren.nl gebruikt. Voor de scope 3 categorieën 'kapitaalgoederen' en 'ingekochte goederen en diensten' wordt steeds meer gebruik gemaakt van leverancier- of product specifieke emissiefactoren. Waar dit niet mogelijk is, wordt een spend-based emissieberekening uitgevoerd met behulp van de EXIOBASE database. De scope 3 categorie 'downstream transport en distributie' omvat de CO2-uitstoot die voortvloeit uit het voor- en natransport van reizigers. Deze emissies worden berekend op basis van het totale aantal reizen door alle NS-reizigers, de verdeling per vervoermiddel zoals vastgesteld via enquêteonderzoek, en de reisafstand, waarbij de hemelsbrede afstand uit het onderzoek wordt vermenigvuldigd met een omrijfactor. Voor de consolidatie van de emissies is de ‘operationele controle’ aanpak gehanteerd. Biogene CO2-emissies worden apart gerapporteerd.

We berekenen scope 2-uitstoot op twee manieren:

  • Locatie-gebaseerd: deze meetmethode berekent de uitstoot op basis van de gemiddelde beschikbare elektriciteit in Nederland, zonder onderscheid te maken tussen groene- en grijze energiecontracten.

  • Markt-gebaseerd: deze meetmethode houdt rekening met de contractuele overeenkomsten die NS heeft afgesloten voor de aankoop van elektriciteit, waaronder garanties van oorsprong die aantonen dat de elektriciteit is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.

Vanaf dit jaar rapporteren we niet meer volgens de meetmethode matching, waarbij de gelijktijdigheid van de opwek en het verbruik van energie wordt meegenomen. Ons huidige energiecontract biedt daartoe geen mogelijkheid.

In 2025 waren de totale (locatie-gebaseerde) emissies 722 kton. Dat is 12% lager dan in 2024. Dit wordt met name veroorzaakt door een daling van de tractie energie (scope 2) als gevolg van de vergroening van de elektriciteitsmix en verhoogde tractie-efficiëntie. Ten opzichte van het referentiejaar 2019 is er een gemiddelde reductie van 3,7% per jaar in scope 1 (doel: 4,2%), 7,5% per jaar in scope 2 (doel: 4,2%) en 3,9% per jaar in scope 3 (doel: 2,5%). Hiermee reduceert NS haar uitstoot grotendeels in lijn met de gestelde science-based targets.

Broeikasgasemissies in kiloton CO₂-equivalenten*

2025

2024

2019 (basisjaar)

delta (%) t.o.v. 2024

doel 2030

Scope 1 - directe emissies

12

12

16

-2%

8

1: stationaire- en mobiele verbranding

8

9

12

-6%

2: vluchtige en procesemissies

4

4

4

6%

Scope 2 - indirecte emissies van ingekochte energie

Locatie-gebaseerd

271

328

491

-17%

264

1: elektriciteit

270

328

490

-18%

2: warmte

1

0

1

79%

Markt-gebaseerd

1

0

1

79%

Scope 3 - indirecte emissies uit de waardeketen**

439

475

573

-8%

415

1: ingekochte goederen en diensten

172

189

202

-9%

2: kapitaalgoederen

45

73

111

-38%

3: brandstof- en energiegerelateerde activiteiten

47

21

17

118%

4: upstream transport en distributie

5

8

8

-31%

5: afval

4

4

7

-6%

6: zakelijk reizen

1

1

1

-29%

7 woon-werkverkeer

9

10

5

-7%

9: downstream transport en distributie***

140

150

195

-7%

13: downstream geleasete activa

16

19

26

-17%

Totale emissies (locatie-gebaseerd)

722

816

1.079

-12%

Totale emissies (markt-gebaseerd)****

440

474

567

-7%

  • *Tabel telt niet altijd rekenkundig op vanwege afronding. De delta is berekend op niet-afgeronde getallen.
  • **NS rapporteert over alle relevante scope 3 categorieën. De tabel toont in een aantal scope categorieën geen uitstoot, om de volgende redenen:
    (1) relevante emissies worden elders in deze tabel gerapporteerd (categorie 8 - upstream geleasete activa; categorie 12 - end-of-life behandeling van verkochte producten; categorie 14 - franchises);
    (2) de categorie is niet van toepassing (categorie 10 - verwerking van verkochte producten); of
    (3) de emissies zijn op basis van schatting niet materieel (categorie 11 - gebruik van verkochte producten; categorie 15 - investeringen).
  • ***Vergelijkend cijfer 2024 is aangepast naar 150 kton CO2-equivalenten (jaarverslag 2024: 172 kton CO2-equivalenten). Op basis van het meest recente onderzoek kan vanaf 2024 onderscheid worden gemaakt tussen reizen per fiets en per bromfiets. Daarnaast wordt het aantal voor- en natransportbewegingen nauwkeuriger geschat door een vernieuwd model.
  • ****In de totale markt-gebaseerde emissies is, naast scope 2, ook voor scope 3 categorie 13 (energie verbruik van huurders op NS locaties) markt-gebaseerd gerekend.
Scope 1-uitstoot

Onze scope 1-uitstoot bedroeg 12 kton CO2 in 2025 (2024: 12 kton). Hiervan was 8 kton afkomstig van brandstofverbruik door voertuigen en verwarming van gebouwen en de rest van koudemiddelen - stoffen die worden gebruikt voor transport van warmte in koel- en klimaatinstallaties.

Scope 2-uitstoot

Locatie-gebaseerd bedraagt onze totale uitstoot in 271 kton CO2 in 2025 (2024: 328 kton). Hiervan is 257 kton afkomstig van het rijden van treinen en 14 kton van de elektra in gebouwen. De cijfers van 2025 zijn 17% lager dan die van 2024, voor een belangrijk deel omdat het aandeel van duurzame energie in de Nederlandse energiemix is toegenomen. Het absolute elektriciteitsverbruik is door een stijging van het aantal reizigerskilometers in 2025 1% hoger dan in 2024, maar is per reizigerskilometer gedaald.

In 2025 kocht NS op jaarbasis 100% hernieuwbare elektriciteit in middels Garanties van Oorsprong (GvO's). Hierdoor is er markt-gebaseerd geen scope 2-uitstoot veroorzaakt door het elektriciteitsverbruik. Door het gebruik van stadswarmte op enkele locaties resulteert de totale markt-gebaseerde scope 2-uitstoot van NS in 1 kton CO2.

Scope 3-uitstoot

Onze scope 3-uitstoot bedraagt 439 kton CO2 in 2025 (2024: 475 kton). Het grootste aandeel is afkomstig uit ingekochte goederen, diensten en kapitaalgoederen (218 kton). Dit omvat onder meer nieuwe treinen, treinonderdelen, retail assortiment, bouwprojecten en bedrijfsmiddelen. Het voor- en natransport van reizigers (140 kton) is ook een belangrijke bron van uitstoot in de keten van NS. Dit betreft de CO2-uitstoot veroorzaakt door het voor- en natransport van treinreizigers die met o.a. de bus, (elektrische) auto, tram en metro van en naar NS-stations reizen. Ook dragen de ketenemissies (zogenaamde well-to-tank emissies) van de winning en productie van brandstoffen (47 kton) en het energieverbruik van externe huurders in stations (16 kton) bij aan de scope 3-emissies. De emissies van treinvervangend busvervoer bedragen 4 kton. Het restant bestaat uit zakelijke reizen en woon-werkverkeer van NS-personeel, transport en distributie van ingekochte goederen, en afval.

De scope 3 emissies zijn ten opzichte van 2024 met 8% gedaald. Dit is het gevolg van gedaalde uitstoot van inkoop, door minder aanschaf van nieuw materieel en minder uitstoot van ingekochte goederen en diensten, en lagere emissies van voor- en natransport door de vermindering van de uitstoot van busvervoer in Nederland.

Sinds 2019 biedt NS CO₂‑neutraal treinvervangend busvervoer, met bussen die direct en indirect (door compensatieritten voor andere klanten) gebruik maken van hernieuwbare brandstoffen. Resterende emissies worden gecompenseerd met 'Gold Standard' Verified Emission Reductions (VER’s). NS werkt met partners aan innovaties voor zero emissie‑oplossingen. Een jaarlange test met elektrische touringcars leverde positieve resultaten op, hoewel actieradius, laadkosten en laadinfrastructuur uitdagingen blijven. Een proef met een waterstofbus liet zien dat waterstof op korte termijn geen haalbaar alternatief is door technische beperkingen, hoge kosten en beperkte beschikbaarheid van groene waterstof.

CO2-uitstoot per reizigerskilometer

In de tabel staat de CO2-uitstoot per reizigerskilometer op basis van het rijden van de treinen (tractie-energie en treinvervangend busvervoer) en op basis van de totale uitstoot van NS. Het rijden van de treinen, inclusief treinvervangend busvervoer, veroorzaakt (markt-gebaseerd) nog steeds 0 gram CO₂ per reizigerskilometer. Ter vergelijk: een gemiddelde auto stoot (markt-gebaseerd) per reizigerskilometer 146 gram CO2 uit. De totale (locatie-gebaseerde) uitstoot van alle activiteiten van NS en haar ketens is verder gedaald naar 44 gram per reizigerskilometer.

Uitstoot per reizigerskilometer

Eenheid

2025

2024

2019

Voor het rijden van treinen: tractie energie + treinvervangend vervoer

gram CO2 /km

0

0

0

Voor totale uitstoot: scope 1 + 2 (locatie-gebaseerd) + scope 3*

gram CO2 /km

44

51

57

Reizigerskilometers

miljard km

16,5

16,1

18,9

  • *Vergelijkend cijfer 2024 is aangepast naar 51 gram CO2/km (jaarverslag 2024: 52 gram CO2/km) als gevolg van de aanpassing in scope 3 (categorie 9: downstream transport en distributie).
Biogene CO2-emissies

Biogene CO₂-emissies zijn afkomstig van organische bronnen zoals planten, bomen en voedselafval. In tegenstelling tot CO₂-emissies van fossiele bronnen is deze koolstof relatief recent uit de lucht gehaald door fotosynthese. Daardoor draagt dit type CO₂-uitstoot, mits aan voorwaarden wordt voldaan, op lange termijn in principe niet bij aan klimaatverandering.

De totale biogene CO₂-uitstoot van NS bedraagt 1,1 kton CO₂ in 2025 (2024: 1,6 kton). De belangrijkste bron van biogene CO₂-uitstoot van NS is de verbranding van Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) als brandstof. Dit wordt ingezet waar elektrificatie nog niet volledig mogelijk is, zoals voor een beperkt aantal rangeerlocomotieven (scope 1) en voor treinvervangend busvervoer (scope 3).

Vermeden CO2-uitstoot

Concessie prestatie indicator

Eenheid

Realisatie
2025

Bodemwaarde
2025-2029

Streefwaarde
2029

Vermeden CO2-uitstoot

kiloton

597

562

648

Met de concessie prestatie indicator ‘Vermeden CO2-uitstoot’ berekenen we hoeveel CO2-equivalenten aan uitstoot wordt vermeden door NS. De indicator dient niet ter meting van de voortgang op de klimaatdoelstellingen van NS, maar geeft inzicht in de voortgang op bredere maatschappelijke CO2-reductie die verbonden is aan het uitvoeren van de HRN-concessie. De prestatie indicator geeft weer hoeveel kiloton CO2-uitstoot in totaal vermeden is door NS-reizigers die de trein nemen en de auto laten staan, minus de CO2-uitstoot in de operatie van NS en in de keten. De scope van deze prestatie indicator is de HRN-concessie, dus exclusief NS Stations en NS International. NS heeft de verplichting om ieder jaar minimaal de bodemwaarde voor deze prestatie indicator te realiseren, en te streven naar het behalen van de streefwaarde in 2029.

Tijdens het vaststellen van de bodem- en streefwaarden in 2023 zijn de meest recente beschikbare gegevens uit 2022 gebruikt. Omdat de gemaakte afspraken betrekking hebben op de toekomstige periode 2025-2029, en NS geen invloed heeft op externe factoren zoals CO₂-emissiefactoren, is in afstemming met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat overeengekomen om de laatst beschikbare CO₂-uitstootwaarden als uitgangspunt vast te stellen voor deze jaren. Hiermee wordt verzekerd dat NS nadeel noch voordeel ondervindt van ontwikkelingen in deze externe factoren, en worden we uitsluitend beoordeeld op de aspecten waarop we daadwerkelijk (grotendeels) invloed kunnen uitoefenen.

CO2-uitstoot afkomstig van leveranciers van ingekochte producten is niet meegenomen in de berekening van de prestatie indicator, aangezien er ten tijde van de concessie besprekingen geen geschikt meetinstrument beschikbaar was om deze waarde vast te stellen. In overeenstemming met de afspraken met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zal deze uitstoot uiterlijk in 2029 worden toegevoegd, mits aan de voorwaarden kan worden voldaan zoals afgesproken met het ministerie. Dit betreft inflow die gerelateerd is aan de HRN-concessie, waaronder treinen, treinonderdelen, machines en kantoorartikelen. CO2-uitstoot door bouwprojecten (niet-infra), ingekochte voeding en infrastructuur vallen buiten scope van de prestatie indicator.

Met de behaalde resultaten in het afgelopen jaar zijn we op een resultaat uitgekomen van 597 kiloton vermeden CO2- uitstoot. Hiermee is de bodemwaarde van 2025 gehaald.

Indicatoren en doelen - Energie

Energieverbruik

Energieverbruik en energiemix

Eenheid

2025

2024*

Totaal brandstofverbruik uit niet-hernieuwbare bronnen

GJ

145.207

153.546

Totaal brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen

GJ

1.508

1.669

Totaal elektriciteitconsumptie

MWh**

1.229.465

1.214.510

Totaal ingekochte warmte

GJ

27.208

22.500

Totale energieverbruik

GJ

4.619.699

4.570.503

Aandeel hernieuwbare energie

%

96,5

96,3

  • *Vergelijkende cijfers 2024 zijn aangepast als gevolg van verbeterde beschikbaarheid en kwaliteit van data. Het totale energieverbruik 2024 is aangepast naar 4.570.503 GJ (jaarverslag 2024: 4.546.327 GJ).
  • **Voor de berekening van het totale energieverbruik is de totale elektriciteitsconsumptie (in MWh) omgerekend naar GJ. De omrekening naar megawattuur (MWh) en GJ vindt plaats op basis van (a) de Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO₂-emissiefactoren, versie januari 2024 van RVO en (b) Gewichtseenheden energie van het CBS. In de omrekening naar hernieuwbare brandstoffen is voor benzine en diesel aangenomen dat er respectievelijk 8,5% en 10% biobrandstof aanwezig is in E10 en B7.

Het totale energieverbruik van NS in 2025 bedraagt 4.619.699 gigajoule (GJ), dit is een stijging van 1,1% ten opzichte van 2024. Het totale elektriciteitsverbruik is met 1,2% toegenomen. De groei in reizigerskilometers is hier een oorzaak van. Door de plaatsing van WKO-installaties neemt de elektriciteits- en warmteconsumptie toe, dit effect wordt gecompenseerd door minder verbruik van niet-hernieuwbare brandstoffen (lager gasverbruik).

Energie besparen

In de onderhoudsbedrijven zijn in 2025 verschillende maatregelen genomen om het energiegebruik te verlagen, waaronder ledverlichting, warmtepompen en isolatie. Op onze locatie voor treinmodernisering in Haarlem is een WKO‑installatie gerealiseerd die vanaf 2026 in gebruik wordt genomen. Ook is een contract getekend voor de plaatsing van een 1 MWh‑batterij in 2026.

Daarnaast werken we aan energiezuinige, vrijwel CO₂‑vrije stations en gebouwen en zijn we gecommitteerd aan Paris Proof 2050 van de Dutch Green Building Council (DGBC). Via de Portefeuilleaanpak is afgesproken om in 2026 22% gas en 14% totale energie te reduceren ten opzichte van 2022. De verduurzamingsstrategie is in 2024 vastgesteld. In 2025 is gestart met de uitvoering van gebouw-gebonden maatregelen.

In 2025 rondde NS de eerste fase van het Europe’s Rail‑onderzoek naar energieopslag af, samen met onder meer ProRail en internationale partners. De labstudie naar energieopslag langs de baan laat kansen zien voor het flexibeler maken van de stroom in de bovenleiding. In de volgende fase wordt een prototype gebouwd om het effect op de tractie‑energievoorziening verder inzichtelijk te maken. Het onderzoek naar energieopslag op de trein richtte zich op het specificeren van een geschikt opslagsysteem. Simulaties worden medio 2026 verwacht.

Energie-efficiëntie

Energie- efficiëntietractie (EET) is het energieverbruik van treinen per gereden reizigerskilometer. De tabel toont de EET, de reizigerskilometers en het totale energieverbruik (tractie elektriciteit) van onze treinen. Het totale energieverbruik is inclusief treinvervangend busvervoer (diesel). Het weer heeft een grote invloed op ons energieverbruik voor het verwarmen en koelen van treinen. Om zo zuiver mogelijk het energieverbruik van het rijden van treinen te vergelijken, wordt het energieverbruik genormaliseerd naar de gemiddelde temperatuur van de afgelopen 5 jaar. De EET wordt alleen berekend voor het hoofdrailnet.

EET

Eenheid

2025

2024

Energie-efficiëntie tractie

Wh/km

68,4

69,6

Tractie-energie

GWh

1.085,7

1.082,1

Reizigerskilometers

miljard km

16,1

15,9

Genormaliseerd voor temperatuur verbruikte NS in 2025 1.085,7 GWh voor het rijden van treinen. Dit is een stijging van 0,3% ten opzichte van 2024. De stijging komt voornamelijk door de aanpassingen in de dienstregeling van 2025 met meer treinen, treinkilometers en tonkilometers.

Door het afstemmen van de materieellengte op reizigersvraag, de stapsgewijze instroom van de energie-efficiëntere ICNG en de groei van het aantal reizigerskilometers met 1,2% ten opzichte van 2024, gebruikten we in 2025 minder energie per reizigerskilometer.

Groene energie inkopen

NS koopt elektriciteit voor treinen en gebouwen via afzonderlijke contracten in. Sinds 1 januari 2025 levert EPNL drie jaar lang elektriciteit voor treinen. Deze elektriciteit wordt vergroend middels Garanties van Oorsprong van wind- en zonneparken in Europa, die via Shell worden ingekocht. Eneco levert elektriciteit voor onze gebouwen, en de bijbehorende GvO’s van wind- en zonneparken in Europa. We verwachten verdere technologische vooruitgang in energieopwekking en -opslag en bereiden ons voor op minder afhankelijkheid van fossiele back‑up. Het uiteindelijke streven is dat het moment van gebruik en opwek altijd gelijk is.

Energie opwekken

Energieproductie

Eenheid

2025

2024

Niet-hernieuwbare energieproductie

MWh

0

0

Hernieuwbare energieproductie

MWh

18.553

18.343

Het grootste deel van de door NS zelf opgewekte hernieuwbare energie komt uit WKO-installaties (2025: 17.005 MWh, in lijn met 2024). Daarnaast hebben we 1.548 MWh duurzame elektriciteit opgewekt (2024: 1.002 MWh). De opwek van hernieuwbare elektriciteit is gestegen, doordat in 2025 ruim 3.000 nieuwe zonnepanelen op onze werkplaats in Berkel-Enschot zijn geplaatst.

Samenwerkingen

NS lid van Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE)

Samenwerking met partners is nodig om vooruitgang op mogelijk te maken. Samen met NVDE agenderen we met andere leden de overstap van auto naar OV en deelvervoer als een onmisbare bijdrage aan het bereiken van de klimaatdoelen. Daarnaast benutten we de kennis van de NVDE en de leden bij de ontwikkeling van de lange termijn energiestrategie.

Klimaatadaptatie

Materiële impacts, risico’s en kansen

Risico’s

Op het gebied van klimaatadaptatie kan NS te maken krijgen met risico’s als gevolg van veranderende weersomstandigheden. Binnen de eigen operaties bestaat de mogelijkheid dat kritieke stations en gebouwen tijdelijk niet beschikbaar zijn door toegangsbeperkingen of schade die ontstaat als gevolg van toenemende wateroverlast en hitte. In de upstream waardeketen kunnen uitval en beperkingen in infrastructuur als gevolg van toenemende wateroverlast en droogte leiden tot het optreden van verstoringen in de dienstregeling van NS.

NS heeft samen met Movares en Arcadis een fysieke beoordeling gedaan van de belangrijkste stations- en onderhoudslocaties, gericht op de impact van fysieke klimaatrisico’s op de bedrijfsvoering. Hierbij zijn KNMI worstcasescenario’s gebruikt, gebaseerd op klimaatveranderingen tot 2150, zoals hittegolven, overstromingen, neerslag en droogte gerelateerde verzakkingen. Uit de analyse blijkt dat vooral wateroverlast en hitte op lange termijn risico’s vormen, met Haarlem, Maastricht en Watergraafsmeer als meest kwetsbare onderhoudslocaties. Stations zijn vooral gevoelig voor hittestress en uitval van elektrische apparatuur, en bijna de helft van de stations kan extreme wateroverlast ervaren. Ook spoorinfrastructuur kan niet beschikbaar zijn of beschadigd raken door wateroverlast en de gevolgen van droogte voor de spoorbodem.

Beleid, acties indicatoren en doelen

Beleid

NS hanteert een risico-gedreven aanpak voor klimaatadaptatie, ingebed in onze continuïteitsmaatregelen, om de impact van klimaatverandering op onze kritische processen te beheren. We inventariseren systematisch de risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt voor onze bedrijfsvoering en nemen gerichte maatregelen om deze risico’s te mitigeren. Hiermee borgen we de continuïteit van onze dienstverlening, ook bij extreme weersomstandigheden. 

Acties, indicatoren en doelen

Het uitgangspunt van onze klimaatadaptatie aanpak is het beschermen van de bedrijfscontinuïteit van NS tegen de (verwachte) effecten van klimaatverandering. NS houdt rekening met seizoensinvloeden in de bedrijfsvoering en heeft een continuïteitsplan met noodmaatregelen, zoals alternatieve locaties en het afschalen van de dienstregeling bij extreme weersomstandigheden. Er is een duidelijk proces voor rolverdeling bij onbereikbaarheid van locaties, met flexibele inzet van materieel en personeel. In crisissituaties komt een crisisteam samen om prioriteiten te bepalen, ondersteund door speciale procedures voor extreem weer om de infrastructuur en treinen operationeel te houden.

NS heeft geen indicatoren en doelen voor klimaatadaptatie.

  • 1E-LAAD Groeiscenario's heel Nederland
Print pagina