32. Niet in de balans opgenomen regelingen

Tegen NS en/of groepsmaatschappijen loopt een aantal onderzoeken en zijn diverse claims ingediend die door NS worden betwist. Voor zover noodzakelijk geacht zijn hiervoor voorzieningen getroffen. Een aantal belangrijke onderwerpen wordt hieronder toegelicht.

Langlopende contracten

Ultimo 2025 bestaat een aantal meerjarige financiële verplichtingen jegens derden. In de eerste plaats hebben deze betrekking op leaseovereenkomsten voor treinen, bedrijfsauto’s en reproductieapparatuur. In de tweede plaats gelden meerjarige contracten voor dienstverlening door derden op het gebied van automatisering, onderhoud en schoonmaak.

Energiecontracten

Per 31 december 2025 bedraagt de afnameverplichting van de tractie-elektriciteitscontracten gegeven de reeds afgedekte volumes, de vergoeding voor Programma Verantwoordelijkheid (PV) en de opslag voor groene stroom € 298 miljoen (stand ultimo 2024: € 384 miljoen). De afnameverplichting betreft voor de jaren 2025–2027 de contractuele waarde van de voor die jaren ingekochte tractie-elektriciteit, de verwachte vergoeding voor PV en de verwachte opslag voor groene stroom. De contractwaarde van eventueel ingekochte tractie-elektriciteit voor levering in jaar 2028 en daarna maakt tevens onderdeel uit van deze afnameverplichting.

EPC biedt NS de mogelijkheid tractie-elektriciteit in te kopen voor de periode na 2027. Deze ingekocht tractie-elektriciteit zal ingebracht worden in een nieuw leveringscontract als dit contract niet wordt verlengd. NS heeft twee verlengingsopties van elk één jaar waarbij geldt dat EPC moet instemmen. Bij verlenging van dit contract zal deze ingekochte tractie-elektriciteit onderdeel worden van het bestaande (verlengde) contract.

Het verwachte te gebruiken volume van tractie-elektriciteit in 2025 is nagenoeg geheel afgedekt. De verwachte volumes voor de jaren 2026–2030 zijn gedeeltelijk afgedekt (100% voor 2026, 100% voor 2027, 43% voor 2028, 25% voor 2029 en 4% voor 2030). Bijkomende kosten zoals transportkosten en energiebelasting maken geen deel uit van de weergegeven afnameverplichting. Op basis van de dagelijks bepaalde risicopositie en de daarop volgende verrekening tussen NS en EPC heeft NS per 31 december 2025 € 17 miljoen (ultimo 2024: € 16 miljoen) aan ‘cash collateral’ verstrekt aan EPC ter zekerheid voor de risico’s die EPC loopt ten aanzien van dit contract.

Voor een nadere toelichting op energiecontracten zie noot 26.

Fiscale eenheid

Alle tot de Groep behorende Nederlandse dochterondernemingen voor de vennootschapsbelasting zijn gevoegd in de fiscale eenheid NV Nederlandse Spoorwegen. Daardoor is de Groep hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de in de fiscale eenheid opgenomen dochterondernemingen.

Investeringsverplichtingen

Ultimo 2025 heeft de Groep investeringsverplichtingen van voortgezette bedrijfsactiviteiten uitstaan voor € 1.499 miljoen (2024: € 1.175 miljoen), voornamelijk voor de aankoop en revisie van treinen en investeringen in stationsomgevingen.

Voorwaardelijke verplichtingen

Van het aandeel van de Groep in het geplaatste aandelenkapitaal (omgerekend € 162 miljoen) van Eurofima is omgerekend € 32 miljoen gestort. De Groep heeft een opeisbare volstortingsverplichting en garantieverplichtingen voor € 293 miljoen. De verplichting kan worden opgeëist als de eigen vermogenspositie van Eurofima daar aanleiding toe geeft.

Voorwaardelijke activa

De Groep heeft diverse uitgaande claims en/of disputen die niet gewaardeerd zijn, omdat de uitkomst van deze zaken onzeker zijn.

Garanties

De Groep heeft voor een bedrag van € 216 miljoen (31 december 2024: € 261 miljoen) garanties verstrekt ter zake uitvoering van voormalige concessies in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

Concessies

Gedurende 2025 heeft de Groep de volgende concessies in Nederland.

Concessies in 2025

Expiratiedatum

Hoofdrailnet (HRN)

24 december 2033

Treindienst Gouda- Alphen aan den Rijn

11 december 2031

Vervoerconcessie hoofdrailnet 2025-2033

Per 1 januari 2025 is de nieuwe HRN-concessie van start gegaan, die in december 2023 door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) aan NS Reizigers BV is gegund. De concessie loopt tot en met december 2033. In de concessieovereenkomst, die openbaar is en online te raadplegen is, zijn de voorwaarden opgenomen waaronder NS op het hoofdrailnet treindiensten aanbiedt. Als vergoeding voor het uitvoeren van deze diensten ontvangt NS een subsidie van € 13 miljoen per jaar.

In de nieuwe concessie is een vergelijkbare bonus-malussystematiek opgenomen als in de concessie 2015-2024. Als NS de bodemwaarden in enig jaar niet behaalt, dan is NS een geldsom aan I&W verschuldigd. Daarnaast zijn streefwaarden afgesproken voor 2029 en 2033. Als deze streefwaarden (ruim) behaald worden kan NS een bonus ontvangen, terwijl NS een geldsom verschuldigd is als de streefwaarden niet worden gehaald.

Gezien de onzekerheid over het herstel van reizigersaantallen na de coronacrisis en structureel gewijzigd reisgedrag, is in de nieuwe concessie een risicodelingsmaatregel afgesproken ten aanzien van de ontwikkeling van het aantal reizigerskilometers. Tot een bepaalde grens gelden afwijkingen in de reizigerskilometers als normaal bedrijfsrisico dat volledig voor rekening en risico van NS komt. Buiten deze bandbreedtes vindt een verdeling plaats van 75% voor rekening van de concessieverlener en 25% voor rekening van NS. Zowel een eventuele betaling van NS aan I&W als vice versa is gemaximeerd.

In de concessie is het maximaal te behalen rendement op de concessie vastgesteld op 6,3% (gemiddelde ROI / gemiddeld geïnvesteerd vermogen). Voor zover het rendement boven deze grens uitkomt, dient dit door NS aan concessieverlener te worden terugbetaald.

Met de overheid zijn afspraken gemaakt ten aanzien van de overdracht en het gebruik van productiemiddelen bij de overgang of beëindiging van de concessie voor het hoofdrailnet.

Print pagina