18. Debiteuren en overige vorderingen

(in miljoenen euro's)

31 december 2025

31 december 2024

Debiteuren

106

81

Nog te factureren opbrengsten

157

159

Overige vorderingen

231

131

Totaal

494

371

De overige vorderingen bestaan met name uit vooruitbetalingen en waarborgsommen voor energie-, lease- en automatiseringscontracten. De stijging van de overige vorderingen wordt met name veroorzaakt door vordering op ministerie van I&W uit hoofde van concessiebepalingen.

Onder de debiteuren en overige vorderingen is een bedrag opgenomen van € 101 miljoen (2024: € 4 miljoen) met betrekking tot ProRail en Rijksoverheid en een bedrag van € 20 miljoen (2024: € 16 miljoen) met betrekking tot Translink Systems BV.

De ouderdomsopbouw van de debiteuren op de verslagdatum was als volgt:

31 december 2025

31 december 2024

(in miljoenen euro's)

Bruto

Voorzien

Bruto

Voorzien

Nog niet opeisbaar

73

-

58

-

Opeisbaar 0-30 dagen

17

1

8

1

Opeisbaar 31-120 dagen

10

2

6

1

Opeisbaar 121-180 dagen

2

1

2

1

Opeisbaar 181-360 dagen

6

3

4

1

Opeisbaar meer dan een jaar

12

7

13

6

Totaal

120

14

91

10

Bijzondere waardeverminderingsverliezen

Mutaties in de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot debiteuren gedurende het jaar waren als volgt:

(in miljoenen euro's)

2025

2024

Stand per 1 januari

10

12

Toevoegingen

13

8

Verbruik

-8

-6

Vrijval

-1

-4

Stand per 31 december

14

10

Waarderingsgrondslag

De debiteuren en overige vorderingen worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde plus eventuele direct toerekenbare transactiekosten. Na eerste opname worden deze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve-rentemethode.

De Groep vormt een voorziening voor bijzondere waardeverminderingen ter grootte van de verwachte kredietverliezen uit hoofde van handels- en overige vorderingen. De belangrijkste onderdelen van deze voorziening zijn een specifieke verliesvoorziening voor afzonderlijke belangrijke posities en een collectieve verliesvoorziening voor groepen vergelijkbare activa in verband met verliezen die worden verwacht, maar nog niet zijn geïdentificeerd. De collectieve verliesvoorziening wordt bepaald op basis van historische betalingsgegevens voor vergelijkbare financiële activa.

Voorzieningen met betrekking tot debiteuren worden getroffen als sprake is van een bijzondere waardevermindering, tenzij de Groep er zeker van is dat het onmogelijk is het verschuldigde bedrag terug te krijgen. In dat laatste geval wordt het bedrag aangemerkt als oninbaar en direct afgeboekt ten laste van het betreffende financiële actief.

Print pagina