31. Niet in de balans opgenomen regelingen

Onregelmatigheden

ACM

In het besluit van 6 maart 2015 heeft ACM geconcludeerd dat NS artikelen 67 en 71 van de Spoorwegwet (“Spw”) heeft overtreden door in het kader van de aanbesteding Limburg geen redelijk aanbod te doen voor wat betreft locaties voor servicebalies, pauzelocaties, noodknopvoorzieningen, CICO-palen, voor energiekosten, afhandeling van storingen en reisinformatie (artikel 67 Spw.). Daarnaast concludeert ACM dat NS concurrentiegevoelige informatie van onder meer Veolia heeft gedeeld met Abellio en QBuzz (artikel 71 Spw.).

ACM heeft vervolgens verder onderzoek verricht naar mogelijk misbruik van economische machtspositie door NS en haar dochterondernemingen in het kader van de aanbesteding Limburg op grond van de Mededingingswet en de Europese mededingingsregels. Op 7 juli 2016 heeft ACM aan NS een onderzoeksrapport toegezonden. NS heeft hierop vervolgens haar zienswijze ingediend.

Op 22 mei 2017 heeft ACM haar besluit aan NS bekendgemaakt en geoordeeld dat NS in strijd heeft gehandeld met artikel 24 van de Mededingingswet en artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. ACM heeft NS hiervoor een boete opgelegd van € 40,95 miljoen.  ACM stelt, op grond van een normenkader dat zij zelf heeft bepaald, dat de bieding van NS niet aan de interne rendementseis zou voldoen. Deze benadering van ACM is nieuw en heeft verstrekkende gevolgen voor de spoorsector en toekomstige aanbestedingen en investeringen door NS. Gelet hierop heeft NS bezwaar aangetekend tegen het besluit. NS betwist dat zij een verlieslatend bod zou hebben gedaan bij de aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg. Het bod voldeed ook aan de interne rendementseis. NS is het daarom oneens met het oordeel en onderbouwing van het besluit van ACM. NS heeft door middel van een bezwaarschrift aan ACM gevraagd het besluit te heroverwegen. Op 2 november 2017 heeft de hoorzitting plaatsgevonden, waar NS haar schriftelijke bezwaren heeft toegelicht. De verwachting is dat ACM in het eerste kwartaal van 2018 haar besluit op bezwaar zal nemen.

Ondanks dat NS bezwaar heeft ingesteld was NS verplicht de boete te betalen binnen een termijn van 24 weken. De opgelegde boete is in 2017 voldaan en ten laste gebracht van het resultaat 2017. Aangezien de uitkomsten van het bezwaarschrift onzeker zijn en eventuele vorderingen op ACM als gevolg van de uitkomsten van een bezwaarprocedure niet voldoen aan het IFRS criterium “vrijwel zeker”, heeft NS geen vorderingen dienaangaande opgenomen.

Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie (Functioneel Parket s'-Hertogenbosch) is in 2015 een strafrechtelijk onderzoek gestart naar mogelijke strafbare feiten in verband met de aanbesteding voor het openbaar vervoer in Limburg. Het onderzoek is gericht op feiten en omstandigheden rondom een vermeende constructie inzake het bekendmaken van bedrijfsgeheimen. Onder meer de vennootschappen NS Groep N.V., Qbuzz B.V., Abellio Transport Holding B.V. en Abellio Nederland B.V. zijn als verdachte aangemerkt. In februari 2016 heeft de NS Groep N.V. het eind proces-verbaal met betrekking tot het strafrechtelijke onderzoek ontvangen. Het OM heeft nadien NS Groep N.V. gedagvaard. De inhoudelijke behandeling heeft in het tweede deel van 2017 plaatsgevonden. Op 21 december 2017 heeft de Rechtbank Oost-Brabant NS vrijgesproken ten aanzien van twee aan NS ten laste gelegde feiten en is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van een derde aan NS ten laste gelegd feit. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 21 december 2017. De uitkomst hiervan en welke financiële consequenties dit zal hebben (hoogte eventuele boete, transactie etc.) valt op dit moment dan ook niet betrouwbaar vast te stellen. Als gevolg hiervan is geen voorziening opgenomen.

Overig

Het inherente risico bestaat dat naar aanleiding van de geconstateerde onregelmatigheden nog aanvullende claims worden ontvangen. De hierboven genoemde claims kunnen een materiële impact hebben op het resultaat en vermogen van NS. Omdat de uitkomsten hiervan op dit moment niet betrouwbaar kunnen worden geschat zijn hiervoor geen voorzieningen getroffen.

Langlopende contracten

Ultimo 2017 bestaat een aantal meerjarige financiële verplichtingen jegens derden. In de eerste plaats hebben deze betrekking op operationele leaseovereenkomsten voor treinen, bedrijfsauto’s en reproductieapparatuur. In de tweede plaats gelden meerjarige contracten voor dienstverlening door derden op het gebied van automatisering, arbozorg, onderhoud en schoonmaak.

Operationele leaseovereenkomsten

De verschuldigde bedragen uit hoofde van niet-opzegbare operationele leaseovereenkomsten (inclusief huurovereenkomsten voor kantoorruimtes) vervallen als volgt:

(in miljoenen euro's)

31 december 2017

31 december 2016

< 1 jaar

546

366

1-5 jaar

1.481

1.215

>5 jaar

1.738

536

Totaal

3.765

2.117

In 2017 is een bedrag van circa € 393 miljoen als last verantwoord voor operationele leaseovereenkomsten.

In de hierboven opgenomen verschuldigde bedragen zijn bedragen opgenomen die betrekking hebben op een aantal concessies in Duitsland die 1 op 1 worden vergoed door de concessieverleners. Deze bedragen vervallen als volgt:

(in miljoenen euro's)

31 december 2017

31 december 2016

< 1 jaar

13

19

1-5 jaar

50

63

>5 jaar

80

91

Totaal

143

173

Energiecontracten

Ultimo 2017 bedraagt de afnameverplichting van het energiecontract in Nederland van de reeds afgedekt volumes, de vergoeding voor Programma Verantwoordelijkheid en de opslag voor groene stroom voor de periode 2018-2024 (het restant van het 10-jarige contract) € 227 miljoen (stand ultimo 2016 € 231 miljoen). Het voor 2018 en 2019 verwachte volume is volledig afgedekt.

De transportkosten en energiebelasting maken geen deel uit van de weergegeven afnameverplichting. Indien het verschil tussen marktwaarden en contractwaarde boven een bepaalde drempel uitkomt, dient de Groep dan wel Eneco garanties dan wel cash collateral te stellen aan de andere partij. De storting en verplichting, indien deze er zijn, worden met elkaar gesaldeerd aangezien beide onlosmakelijk met elkaar samenhangen. Ultimo 2017 heeft NS € 11 miljoen aan zekerheden ontvangen in de vorm van margin gelden.

Ten aanzien van forward contracten die gebruikt worden ter afdekking van brandstofkosten in het buitenland heeft Abellio garanties afgegeven voor een bedrag van € 4 miljoen.

Voor een nadere toelichting op energiecontracten wordt verwezen naar noot 26.

Fiscale eenheid

Alle tot de Groep behorende Nederlandse dochterondernemingen voor de vennootschapsbelasting zijn gevoegd in de fiscale eenheid NS. Dientengevolge is de Groep hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de in de fiscale eenheid opgenomen dochterondernemingen.

Investeringsverplichtingen

Ultimo 2017 heeft de Groep investeringsverplichtingen uitstaan voor € 1.437 miljoen (2016: € 1.428 miljoen), voornamelijk voor de aankoop en revisie van treinen en investeringen in stationsomgevingen.

Voorwaardelijke verplichtingen

Van het aandeel van de Groep in het geplaatste aandelenkapitaal (omgerekend € 103 miljoen) van Eurofima AG is omgerekend € 26 miljoen gestort. De Groep heeft een direct opeisbare volstortingsverplichting en garantieverplichtingen voor omgerekend € 258 miljoen. De verplichting kan worden opgeëist indien de eigen vermogenspositie van Eurofima AG daar aanleiding toe geeft. Ten behoeve van Eurofima-leningen welke geen onderdeel uitmaken van de crossborder-leasefinanciering(en) zijn zekerheden verstrekt in de vorm van een pandrecht op rollend materieel.

Als gevolg van de afspraken over de IC Brussel met de Belgische vervoerder in het kader van het hoofdrailnet houdt de Groep rekening met een voor de Groep negatief saldo in de verrekening van de exploitatielasten van dit traject. De omvang van dit saldo is afhankelijk van het exploitatieresultaat op dat traject.

Tegen NS en/of groepsmaatschappijen lopen een aantal onderzoeken en zijn diverse claims ingediend die door haar worden betwist. Hoewel de afloop niet met zekerheid kan worden voorspeld, is de verwachting dat deze geen negatieve financiële gevolgen van materiële betekenis zullen hebben.

Garanties

De Groep heeft voor een bedrag van € 784 miljoen (31 december 2016: € 869 miljoen) garanties verstrekt ter zake uitvoering van de diverse concessies.

Concessies

De Groep heeft de volgende concessies:

Concessies in 2017

Expiratiedatum

Type contract

Nederland

  

Hoofdrailnet/ HSL-Zuid

31 december 2024

netto

Regionale trein concessies

zie hierna

netto

Verenigd Koninkrijk

  

Merseyrail-concessie rondom Liverpool

20 juli 2028

gemengd

Greater Anglia-concessie (East Anglia)

12 oktober 2025

gemengd

Abellio London-concessies (bus)

zie hierna

bruto

ScotRail-concessie in Schotland (vanaf 1 april 2015)

31 maart 2022

gemengd

West Midlands treinconcessie

31 maart 2026

gemengd

Concessies in 2017

Expiratiedatum

Type contract

Duitsland

  

Emscher Ruhrtal

december 2019

bruto

Ruhr Sieg Netz

december 2034

bruto

Der Mungstener

december 2028

bruto

Saale-Thüringen-Südharz (vanaf december 2015)

december 2030

bruto

Niederrhein-Netz

december 2028

bruto

Rhine-Ruhr-Express (start van de operatie in twee stappen; december 2018 en december 2020)

december 2033

bruto

Stuttgarter Netze (start van de operatie in juni 2019)

december 2032

bruto

Dieselnetz Sachsen-Anhalt (start van de operatie in december 2018)

december 2032

bruto

S-Bahn Rhein-Ruhr (start van de operatie in december 2019)

december 2034

bruto

Toelichting

Een netto contract is een contract met omzetrisico ten aanzien van reizigersopbrengsten.

Een bruto contract is een contract zonder omzetrisico ten aanzien van reizigersopbrengsten.

Een gemengd contract is een netto contract met bepaalde beschermingsconstructies ten aanzien van reizigersopbrengsten.

Nederland

Hoofdrailnet

De hoofdrailnet-concessie (HRN) is verleend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en betreft het reizigersvervoer per spoor op het hoofdrailnet in Nederland. De oude HRN-concessie en de HSL-concessie (zie volgende paragraaf) eindigden eind 2014 en het ministerie heeft in december 2014 een nieuwe geïntegreerde hoofdrailnet-concessie aan NS verleend voor de periode 1 januari 2015 tot 31 december 2024. De treindiensten over de HSL-Zuid vallen met ingang van 1 januari 2015 ook onder deze concessie. In de concessie is vastgelegd dat de prestaties over de duur van de concessie verbeteren. De interim evaluatie en eindevaluatie zullen respectievelijk in 2019 en 2024 plaatsvinden. Indien NS de streefwaarden voor 2019 respectievelijk 2024 niet haalt, is NS per niet behaalde prestatie-indicator een geldsom verschuldigd van € 1,5 miljoen tot een maximum totaalbedrag van € 19,5 miljoen per evaluatiemoment. Indien NS aan voorwaarden heeft voldaan dan is een maximale bonus te behalen van € 10 miljoen per evaluatie. Daarnaast kan het ministerie aan NS een boete van maximaal € 6,5 miljoen per jaar opleggen als NS de bodemwaarden uit de concessie voor de prestatie-indicatoren niet haalt. De prestatie-indicatoren worden gemeten op de prestatiegebieden: algemeen (klantoordeel), deur-tot-deur reis, reisgemak (vervoercapaciteit in de spits), reisinformatie (bij ontregelingen), (sociale) veiligheid en betrouwbaarheid (reizigerspunctualiteit). In 2017 heeft NS van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een boete opgelegd gekregen over 2016 van € 1,25 miljoen (welke al in boekjaar 2016 is voorzien).

Met de overheid zijn onder andere afspraken gemaakt ten aanzien van de productiemiddelen (met name rollend materieel) die worden ingezet ten behoeve van de uitvoering van de hoofdrailnet concessie. Afhankelijk van de eigendomssituatie en de vorm van aanbesteding kunnen de productiemiddelen bij (gedeeltelijk of geheel) verlies van de hoofdrailnet-concessie worden verhuurd aan de opvolgende concessiehouder, worden verkocht tegen boekwaarde en/of zullen de leases 1 op 1 worden overgenomen door de opvolgende concessiehouder.

In 2017 bedraagt de totale gebruiks- en concessievergoeding € 132 miljoen voor de geïntegreerde hoofdrailnet/HSL-Zuid concessie. In het onderhandelakkoord van 2011 is een correctiemechanisme opgenomen ter afwending van het faillissement van HSA. Dit correctiemechanisme is overgenomen in de uitvoeringsovereenkomst ten behoeve van de concessie en heeft de volgende strekking. Indien het gemiddelde rendement van de concessiehouder over een vastgestelde periode lager is dan de drempelwaarde (4%) heeft zij recht op een correctie van de concessieprijs (ten hoogte van het verschil tussen het werkelijke rendement en 4%, waarbij de correctie over de totale concessieduur is gemaximeerd op € 144 miljoen prijspeil 2010). Over 2015 bestond geen recht op een dergelijke correctie. Het eventuele recht op een correctie is in 2016 voor het eerst berekend over het gemiddelde rendement van 2015 en 2016, vervolgens steeds over de voorgaande drie jaren. Een op grond van de uitvoeringsovereenkomst ontstaan recht op een correctie van de concessieprijs komt niet te vervallen op het moment dat in latere jaren het rendement hoger is dan de drempelwaarde. De uitbetaling van een ontstaan recht op een correctie van de concessieprijs zal conform de uitvoeringsovereenkomst gespreid plaatsvinden. Het correctiemechanisme met betrekking tot de gemiddelde rentabiliteit zal gedurende de concessie lineair worden verantwoord over de gehele concessieduur.

In de concessie is ook een correctiemechanisme opgenomen ten aanzien van een verrekening van eventuele meevallers in de energieprijsontwikkelingen over de periode van de concessie. Deze correctie wordt cumulatief berekend waarbij NS 75% van het verschil tussen de werkelijke energieprijzen en de geprognosticeerde energieprijzen volgens de business case verschuldigd is aan I&W, waarbij geen correctie plaatsvindt op het moment dat het cumulatief werkelijk rendement onder het cumulatief normrendement ligt. Los van bovenstaande berekening is NS over 2016 éénmalig een bedrag van € 56 miljoen onvoorwaardelijk verschuldigd aan het ministerie. Deze betaling wordt lineair geamortiseerd over de gehele looptijd van de concessie. De regeling is gemaximeerd op € 290 miljoen (inclusief éénmalige betaling) en zal nooit leiden tot een betaling van I&W aan NS. Over 2017 is geen correctie energiekosten verschuldigd.

Regionale treinconcessies

Dit betreft het reizigersvervoer per spoor op de hieronder aangegeven verbindingen. In de concessie zijn de voorwaarden aangegeven betreffende frequentie, toegankelijkheid, serviceniveau en dergelijke.

In 2017 heeft NS volgende vier concessies uitgevoerd met de daarbij vermelde looptijd:

• Gouda – Alphen aan den Rijn tot en met 11 december 2031

• Zwolle – Kampen tot en met 9 december 2017

• Zwolle – Enschede tot en met 9 december 2017

• Rotterdam – Hoek van Holland Strand tot en met 31 maart 2017

De concessies zijn verleend door de betrokken provincies of stadsregio. Voor de uitvoering van de concessies wordt een vergoedingsbedrag ontvangen van de concessieverlener.

Verenigd Koninkrijk

Merseyrail-concessie

Deze concessie wordt in een 50/50 joint venture uitgevoerd met Serco, een beursgenoteerde Britse onderneming. Het betreft het reizigersvervoer per trein op het spoornetwerk in de omgeving van Liverpool. Er is een verplichting tot uitvoering van de vastgestelde dienstverlening (dienstregeling, kwaliteit van de dienstverlening) tegen een vastgestelde vergoeding van de regionale overheid. Elke vijf jaar vindt een evaluatie plaats waarbij zal worden getoetst of de operaties nog steeds “efficiënt” zijn. Merseyrail heeft 2 evaluaties succesvol afgerond met de derde evaluatie op de agenda in 2018. De looptijd van de concessie is 25 jaar (tot en met 20 juli 2028). Er is een optie voor verlenging met vijf jaar. De jaarlijkse vergoeding van de overheid (subsidie) is vastgelegd in het contract, en wordt jaarlijks geïndexeerd.

Greater Anglia-concessie (East Anglia)

Abellio was de uitvoerder van de vorige Greater Anglia concessie, die afliep in oktober 2016, en won de nieuwe Greater Anglia concessie in augustus 2016. Deze concessie wordt uitgevoerd door de volle dochter Abellio East Anglia Ltd. Op 17 januari 2017 is aangekondigd dat het voorstel is om 40% van het aandeel van de concessie te verkopen aan Mitsui. De concessie betreft het reizigersvervoer op het spoorwegnet in de regio Anglia in het oosten van Engeland. Het aantal treinkilometers voor deze concessie is ongeveer 29 miljoen per jaar. De concessie is gestart op 16 oktober 2016 en loopt tot 12 oktober 2025, met een optie voor een verdere verlenging van een jaar. Er is een verplichting voor de vervanging van de hele huidige vloot, met nieuwe voertuigen die vanaf september 2020 worden ingezet op de Rural, Intercity, Stansted Express, West Anglia en Great Eastern routes. Dit zal het aantal zitplaatsen naar London in de piekperiode verhogen. Daarnaast zijn er verplichtingen om GBP 120 miljoen te investeren in depot faciliteiten en GBP 60 miljoen in station upgrades.

ScotRail concessie

In oktober 2014 heeft Abellio de ScotRail concessie gewonnen. De concessie heeft een looptijd van minimaal 7 jaar vanaf 1 april 2015. Met wederzijdse instemming kan een verlenging tot 31 maart 2025 plaatsvinden na een evaluatie in jaar 5, met een optie tot een aanvullende verlenging met 2 jaar tot 31 maart 2027. De ScotRail concessie is gegund door Transport Scotland en zal worden uitgevoerd door de 100% deelneming Abellio ScotRail Ltd met intercity, regionaal en provinciaal reizigersvervoer per trein over het Schotse nationale spoornetwerk. Er is een verplichting tot uitvoering van de vastgestelde dienstverlening (dienstregeling, kwaliteit van de dienstverlening) tegen een van tevoren vastgelegde vergoeding van de overheid (subsidie), die jaarlijks wordt geïndexeerd.

West Midlands concessie

Abellio is de West Midlands concessie gestart op 10 december 2017 en loop tot 2025/2026. The concessie dekt de regio rondom Birmingham, als ook de treinen van London Euston tot Crewe en van Liverpool tot Birmingham. De concessie wordt uitgevoerd door West Midlands Trains Ltd, een joint venture tussen Abellio, East Japan Railway Company en Mitsui & Co Ltd). Onder de nieuwe concessie worden nieuwe treinen geleverd in 2021 waarbij wordt voorzien in ruimte voor extra passagiers in de spitsperiode in Birmingham en London. De lange treinen zullen zorgen voor extra stoelen en ruimte voor passagiers. Er wordt in deze concessie ook geïnvesteerd in een beter kaartsysteem en reisinformatie, als een onderdeel van hervormingen die de reis van de passagiers zal verbeteren.

Concessies in Londen

Abellio London exploiteert buslijnen in Londen vanuit een aantal depots (8% marktaandeel). De concessies hebben een looptijd van gemiddeld 5 jaar met een optie tot verlenging met 2 jaar, afhankelijk van het behalen van prestatie criteria.

Duitsland

Abellio exploiteert diverse treindiensten in de regio’s Noordrijn-Westfalen en Mitteldeutschland tegen een van tevoren vastgelegde vergoeding van de overheid (subsidie), die jaarlijks wordt geïndexeerd. De concessies hebben een looptijd die eindigt variërend tussen 2019 en 2030.

In december 2016 is het Duitse deel van de Niederrhein-Netz railconcessie gestart.

In juni 2016 Abellio won twee routes van de Rijn-Ruhr-Express (RRX) met een twee-staps start van de operatie; de eerste loopt van Münster naar Dortmund, Düsseldorf, Keulen en Aken in 2018 en de tweede van Düsseldorf naar Essen, Dortmund, Paderborn en Kassel in 2020.

In november 2016 Abellio won de Stuttgarter Netze concessie. Vanaf juni 2019 zal Abellio de operatie uitvoeren met nieuwe treinen in de regio Baden-Württemberg.

Daarnaast Abellio won de Saksen-Anhalt diesel netwerk (DISA) concessie in december 2016. Vanaf december 2018 zal deze concessie worden uitgevoerd door Abellio op een aantal routes in de regio Saksen-Anhalt.

In juli 2016 Abellio won de S-Bahn Rhein-Ruhr concessie. Vanaf december 2019 zal Abellio de concessie uitvoeren op een aantal routes in de regio NRW.

In december 2016 Abellio verdedigde met succes de Ruhr Sieg Netz concessie. Vanaf 2019, zal Abellio de concessie gaan uitvoeren met een aantal treinen.

Op 6 december 2017 heeft de Groep haar belang in Westfalenbahn uitgebreid van 25% naar 100%. Westfalenbahn is gevestigd in Bielefeld en verbindt via Expresslines Emsland de steden Braunschweig and Hannover in Laag-Saxen met  Bielefeld en Rheine in Noord Rijn Westfalen. Van Münster is er een directe verbinding via Meppen en Leer naar Emden aan de Noordzee.