12. Vastgoedobjecten

(in miljoenen euro's)

Totaal vastgoed

Samenstelling 1 januari 2016

 
  

Aanschaffingsprijs

295

Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen

-101

Boekwaarde per 1 januari 2016

194

  

Mutaties in 2016

 

Investeringen

1

Afschrijvingen

-9

Desinvesteringen

-

Bijzondere waardeverminderingen

-2

Terugneming bijzondere waardeverminderingen

-

Overige mutaties

13

Totaal mutaties boekjaar

3

  

Samenstelling 31 december 2016

 
  

Aanschaffingsprijs

306

Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen

-109

Boekwaarde per 31 december 2016

197

  

Mutaties in 2017

 

Investeringen

7

Afschrijvingen

-9

Desinvesteringen

-4

Bijzondere waardeverminderingen

-5

Terugneming bijzondere waardeverminderingen

-

Overige mutaties

-16

Totaal mutaties boekjaar

-27

  

Samenstelling 31 december 2017

 
  

Aanschaffingsprijs

304

Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen

-134

Boekwaarde per 31 december 2017

170

De overige mutaties in 2016 hebben betrekking op de overheveling van andere activa categorieën naar Vastgoedobjecten.

Gezien de aard, diversiteit en locaties (stationsomgevingen) wordt de reële waarde van de vastgoedportefeuille niet periodiek bepaald, tenzij sprake is van een bijzondere waardevermindering. Naar verwachting ligt de reële waarde hoger dan de boekwaarde van de vastgoedobjecten.

De vastgoedobjecten bestaan naast bedrijfspanden ook uit andere vastgoedobjecten die aan derden zijn verhuurd of als strategisch vastgoed worden aangehouden. De huurovereenkomsten bevatten doorgaans een periode van enkele jaren waarin opzegging niet mogelijk is. Daarna wordt met de huurder over verlenging onderhandeld. De totale contractuele huursom tot einde van de huurcontracten bedraagt voor 2017 circa € 121 miljoen. Er worden geen voorwaardelijke huurbedragen in rekening gebracht.

De directe verhuuropbrengsten bedragen € 32 miljoen (2016: € 33 miljoen). De directe verhuurkosten betreffen onderhoudskosten, onroerendzaaklasten en directe beheerkosten voor in totaal € 9 miljoen (2016: € 9 miljoen).

Waarderingsgrondslag

Vastgoedobjecten omvatten vastgoed dat wordt aangehouden om huuropbrengsten of een waardestijging, of beide te realiseren. Vastgoedobjecten worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. De kostprijs van zelfvervaardigde activa omvat materiaalkosten, directe arbeidskosten, een redelijk deel van de indirecte productiekosten en financieringskosten. Voor zover relevant worden de geschatte kosten van de ontmantelings- en verwijderingskosten van het actief en de herstelkosten van de locatie waar de activa zich bevinden aan de kostprijs toegevoegd.

Voor vastgoedobjecten gelden de volgende grondslagen:

Componenten

Indien vastgoedobjecten bestaan uit onderdelen met een ongelijke gebruiksduur, worden deze componenten als afzonderlijke posten gespecificeerd onder de vastgoedobjecten.

In de boekwaarde van een vastgoedobject wordt de kostprijs opgenomen van de vernieuwing (van een deel) van dat actief wanneer die uitgaven worden gedaan en indien het waarschijnlijk is dat de vernieuwing leidt tot toekomstige economische voordelen. Alle andere kosten voor de instandhouding van de activa worden als last in de winst-en-verliesrekening opgenomen wanneer zij worden gemaakt.

Afschrijvingen

Afschrijvingen op vastgoedobjecten geschieden lineair en onder aftrek van de restwaarde en op basis van de geschatte gebruiksduur van iedere afzonderlijk materieel vast actief. Afschrijvingen worden ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

De geschatte economische gebruiksduur luidt voor de vastgoedobjecten als volgt:

Type activa

Afschrijvingstermijn

Fundering en onderbouw

100 jaar

Skelet en kern

50 jaar

Gevels en buitenwanden

33 jaar

Dakbedekking

15 jaar

Binnenafwerking

15 jaar

Technische installaties

15 jaar

De aangegeven gebruiksduur is een gemiddelde van de daaronder begrepen activa en van de eventuele componenten waaruit de activa bestaan. De afschrijvingsmethode, de resterende gebruiksperiode en de restwaarde worden jaarlijks beoordeeld.